De ‘orde’ is de ‘horde’

door:


Dit artikel is nog in concept – feedback is welkom. Als er bepaalde oordelen in worden gelezen over bepaalde groepen, dan is dit oprecht NIET de intentie geweest en zegt dit mogelijk meer over het heersende wereldbeeld of het wereldbeeld van de lezer. Dit artikel is enkel bedoeld om te onderzoeken hoe de wereld in elkaar steekt en doet soms suggesties die nog niet heel concreet onderbouwd zijn, maar wel allemaal in een duidelijke richting wijzen. Hier zit geen enkele agenda achter van de auteur.


Wereldrijken komen en gaan, net als hun heersers. De geschiedenisboeken staan er vol van. Naast het feit dat dit stuk voor stuk Monocratieën zijn, is er nog iets eigenaardigs mee. De oorsprong van de Orde is voor ons eigenlijk onbekend. Het is iets waarmee we zijn opgegroeid, maar geen weet van hebben hoe het is ontstaan. We denken daarnaast dat de oude Orde geen rol van betekenis meer speelt, maar dat is zeker niet waar. Uitgebreid onderzoek naar alle kanten van de wereldorde bracht uiteindelijk één duidelijk beeld naar voren: De oorsprong van de orde ligt in de ‘Horde’!


We zijn geneigd om vanuit onszelf te denken richting de geschiedenis, andere culturen en de hele wereld. Zo is bijvoorbeeld het ‘feodalisme’ een term die uit de 19de eeuw stamt, om de beschaving daarvóór ermee te kunnen duiden. Het leenstelsel was ooit de normaalste zaak van de wereld (verder terug in de tijd overigens niet!).

Zo zijn we eveneens geneigd om te denken dat de ‘Europese, Westerse cultuur’ ook altijd al de dominante was. Maar dat is pas sinds 1500 en de verlichting, reformatie en kolonisering goed op gang gekomen. Als we denken aan een wereldrijk, dan zullen we vooral denken aan de koloniale machten: eerst Portugal, toen Spanje, toen Nederland, dan Groot-Brittannië en nu de Verenigde Staten (met de NAVO en Verenigde Naties), die tezamen de rules-based orde hebben gevormd.

De nieuwe wereldorde is
de nieuwe wereldhorde

Zo’n wereldrijk en wereld(h)orde is echter niet zo ‘nieuw’. We vergeten namelijk dat het grootste wereldrijk tot nu toe, nog altijd het Mongoolse wereldrijk was. Dzjengis Khan verenigde de Mongoolse stammen en stichtte qua oppervlakte het grootste aaneengesloten imperium in de wereldgeschiedenis. Dit is geen eendagsvlieg geweest, want zijn ‘Horde’ was niet de eerste die een poging waagde om de wereldmacht te veroveren.

Er waren namelijk vele ‘golven’ van Hordes, die millennialang het Euraziatische continent tartten met hun rooftochten. Dit is een vergeten bladzijde uit onze eigen geschiedenis, want ook hier wisten zij door te dringen en enorme angst te zaaien. Deze angst ging zelfs zover, dat de huidige ridderordes (ridder = ruiter) en grote religies (Here = herder) grotendeels hierop zijn gebaseerd. Enerzijds door de directe verovering van de bestaande hiërarchieën, anderzijds om onszelf ertegen te verdedigen. Je wórdt dan je vijand.

Orde‘ komt van Latijn ‘(h)ordo‘ en ‘Horde‘. De ‘Orda’ (‘leger’ én ‘hof’) is de hiërarchisch-militaire structuur van de nomadische ruitervolkeren die millennialang te paard vanuit de steppe naar het westen trokken om te roven en veroveren, zoals de Mongolen (Genghis Khan), Hunnen (Attila), Tartaren of Khazaren (vgl. ‘Caesar’, ‘Tsaar’). Tezamen worden zij ook de ‘Kurgan’ genoemd door Marija Gimbutas. Uit DNA onderzoek is gebleken dat de Hunnen (van Attila) een Mongoolse oorsprong hebben1.

In de Orda hadden de mannen de macht en vormden het leger. In veroverde gebieden koloniseerden zij de bestaande hiërarchiën. Deze angst voor het ‘grote gevaar uit het oosten’ is een drijvende kracht geweest achter de westerse (ridder)ordes van ‘Heren’ en religies over ‘herders’ en ‘hemelgoden’, tot op de dag van vandaag. In dit artikel gaan we deze andere uitleg van onze geschiedenis eens proberen te ontleden en ontcijferen.

Terug naar het heden: Als de ‘horde’ een militaire (h)ordehandhaver is, dan zou je kunnen stellen dat de NAVO de horde vormt van de Nieuwe Wereld(h)orde om de ‘Pax Americana’ te brengen onder de vlag van ‘democratie’, maar feitelijk soevereine volkeren onderwerpt aan de wereldwijde, ene rules-based rechtsorde van rechtsstaat en rechtspersonen (de ‘maatschappij’), verkocht als verlossing en bevrijding door ‘liberalisering’. In al deze landen wordt onder dwang ‘continental law’ ingevoerd ten koste van hun eigen regelgeving, terwijl de landen van de Commonwealth hun eigen ‘Common Law‘ mogen blijven behouden op basis van de handige ‘trusts’ in belastingparadijzen (waar ooit de grote piraten huisden). Sommigen zijn nu eenmaal meer ‘gelijk’ dan anderen, om Orwell te citeren.

Een geschiedenis van de Hordes

Het Mongoolse rijk van Genghis Khan wordt wel gezien als de laatste poging van de Euraziatische nomadenstammen om een wereldrijk te stichten, maar dat is te kort door de bocht. Ook daarna zijn er vele nieuwe pogingen gewaagd. Maar daarvóór nog veel meer. Wat ze met elkaar gemeen hadden was een eenzijdige tocht van oost naar west. De andere kant op gebeurde dit niet, enkel als ‘aanval is de beste verdediging’.

Een kort overzicht:

1. Kurgan-golf 1 – ca. 4400 v.Chr.
Pontisch-Kaspische steppe. Vroege infiltratie in Balkan en Donaugebied. Begin van patriarchale structuren.

2. Kurgan-golf 2 – ca. 3500 v.Chr.
Zelfde regio. Meer georganiseerde migratie, verspreiding naar Midden-Europa.

3. Kurgan-golf 3 – ca. 3000–2500 v.Chr.
Explosieve verspreiding van de Indo-Europese talen (o.a. via de Yamnaya- en Corded Ware-cultuur).

4. Scythen – ca. 800–200 v.Chr.
Zuid-Rusland / Oekraïne. Vroege steppeboogschutters; invloed op Griekse en Perzische wereld; grafheuvels (kurgans).

5. Sarmaten – ca. 400 v.Chr.–300 n.Chr.
Oostelijke steppe. Boogschieten, zware cavalerie, invloed op Romeinse cavalerie.

6. Hunnen – 4e–5e eeuw
Centraal-Azië / Mongolië. Grote Volksverhuizing; destabiliseerden het West-Romeinse Rijk; leider: Attila.

7. Avaren – 6e–9e eeuw
Centraal-Azië. Stichtten rijk in het Karpatenbekken; verspreiding van stijgbeugel.

8. Khazaren / Huzaren – 7e-10e eeuw
Turks volk dat een machtig rijk stichtte in Centraal-Azië en rond de Zwarte Zee. Ze beheersten een groot handelsnetwerk en dienden als een bufferstaat tussen het Byzantijnse Rijk en de islamitische kalifaten.

9. Magyaren – 9e–10e eeuw
Oeral / Pontische steppe. Rooftochten in West-Europa; vestiging van Hongarije. Huis Árpád.

10. Mongolen (Gouden Horde) – 13e eeuw
Mongolië / Centraal-Azië. Verwoestende invallen; langdurige overheersing over Rusland; invloed op tactiek en bestuur.

11. Ottomanen – 14e-17e eeuw
Turkse ruiterimperium. Oorsprong: Turkse nomaden uit Centraal-Azië (via Anatolië). Vanaf de 14e eeuw vestigden zij zich blijvend in Europa (Balkan).

12. Tataren / Tartaren – 14e-17e eeuw
Worden vaak foutief Tartaren genoemd. Verzamelnaam voor verschillende Turko-Mongoolse groepen (Kiptsjaken, Nogai, later Krim-Tataren). Vanaf de 14e eeuw actief met plundertochten in Oost-Europa.

13. Krim-Tataren – 15e-18e eeuw
Vanaf de 15e eeuw bondgenoten van de Ottomanen. Tot in de 18e eeuw berucht om hun rooftochten in Oost-Europa. Ze voerden miljoenen mensen weg als slaven naar de Ottomaanse markt.

De verspreiding van hun cultuur ging vanzelfsprekend van oost naar west. Marija Gimbutas heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan2 voor wat betreft de eerste drie Kurgan golven. De grens tussen Europa en Azië is daarbij heel belangrijk, terwijl dit helemaal geen natuurlijke grens is, in de zin van een groot water dat deze landmassa’s van elkaar scheidt. De grote rivieren zijn daarbij wel van belang. Zo was de Donau belangrijk, maar ook de Weezer, waar de Hordes niet goed voorbij wisten te komen.

Kurgan drang naar Oost-Centraal-Europa en de invloed op het Donau-bekken en daarbuiten in de periode tussen 4300 en 3500 v.Chr. Deze invloed is zelfs terug te vinden in Engeland en Oost-Ierland in het midden van het 4e millennium v.Chr. – Bron: Gimbutas, The civilization of the Goddess

Cultuur van de Horde:
herder-kudde, meester-slaaf

Eén van de belangrijkste wetenschappers rond de theorie die hier wordt uiteengezet is Marija Gimbutas, die door antropologisch veldwerk en onderzoek van oude graven twee verschillende culturen heeft ontdekt. De oud-Europese cultuur en die van de ‘Kurgan’.

“De Kurgans waren een oorlogszuchtige, patriarchale en hiërarchische cultuur. Hun economie was herderlijk en draaide om het fokken van kuddes, paardrijden en mannelijke kracht om de dieren te beheersen.

Zij waren afhankelijk van het tam gemaakte paard, in contrast met de Oud-Europese landbouwers, voor wie het paard onbekend was en meer vreedzaam, honkvast, matrifocaal en seksueel gelijkwaardig leefden.”

Marija Gimbutas

Deze nomadische ruiterhordes hebben een aantal wezenlijke kenmerken die interessant zijn voor de bestudering van de historische en huidige wereldorde.

Eigenschap A. Nomadisch bestaan als leefstijl

Dit is érgens een open deur, maar toch is het voor de meesten van ons, die gewend zijn aan het wonen op één vaste plek (sedentair), een openbaring om zich te verdiepen in de nomadische levensstijl, die langzaam maar zeker aan het uitsterven is door steeds dichtere bevolking en vaste landsgrenzen. In die zin kan worden beweerd dat de landbouwers definitief zegevieren over de veedrijvers, maar dat is iets te makkelijk.

We kennen de nomadische leefstijl vooral van de zigeuners, die ook ‘gypsies‘ worden genoemd, en van oudsher ‘Egyptenaren‘: deze twee woorden hebben dezelfde oorsprong. Egypte heette oorspronkelijk ‘Khem‘, waar het woord ‘Alchemie‘ (afkomstig van het Griekse al-kīmiya: ‘de Egyptische wetenschap’) vandaan komt, waarmee de cirkel rond is als het gaat om magie en de occulte oorsprong van de ridderordes en hun obsessie met Egypte (dit volgt later).

Denk daarnaast aan de vreemde veldtochten van bijvoorbeeld Napoleon naar Egypte (wat moest hij dáár?) en de latere verovering ervan door Groot-Brittanië (net als Palestina). Of alle eenzijdige aandacht van archeologen voor dat specifieke gebied. De huidige koning Felipe VI (Filips de zesde) kan dan ook aanspraak maken op de titels van ‘Keizer van het Romeinse Rijk’ en ‘Farao van Egypte’3. Dit is niet toevallig, want de obsessie met Egypte is terug te zien in de vele obelisken die over de hele westerse wereld verspreid zijn, zoals in Parijs, New York en Londen, met het recordaantal van 7 stuks in Rome4.

Daarnaast is de (al)chemische industrie een enorm belangrijke drijvende kracht geweest achter de grote industriële ontwikkelingen van de twintigste eeuw én van de wereldoorlogen (denk aan IG Farben5).

Thomas Dekker was een van de eersten (1638) die een beschrijving gaf van zigeuners6:

“Zij zijn een volk dat meer verspreid is dan de Joden: bedelachtig in kleding, barbaars in conditie, beestachtig in gedrag …. Bij een bij naam worden ze Zigeuners genoemd, ze noemen zichzelf Egyptenaren, anderen noemen ze in spot Moone-men.”

Jan Yoors, die lange tijd met de Roma heeft geleefd7 zegt er het volgende over:

De grotere groepen familie-eenheden, de horde, noemen ze de Kumpania. Ze blijven zeer mobiel, verspreiden zich voortdurend en hergroeperen zich als oude relaties en allianties verschuiven, als nieuwe noch interessante patronen zich ontwikkelen. Ze houden contact met elkaar via een web van geheime contacten.

Er zijn ook vergelijkingen te trekken tussen de geheimzinnige stammenfolklore van de Roma, of “zigeunerisme” en de vrijmetselaar rituelen en -symboliek. Denk aan tenten (tabernakel) en truwelen als enkele van de symbolen van de Roma.

De eerste vrijmetselaars waren de bouwers van de kathedralen, die beweerden van de oude Egyptenaren af te stammen en hielden geheime bijeenkomsten om hun vakkennis door te geven en onderhielden een internationaal netwerk van vakgenoten. De rituelen van de vrijmetselarij kunnen tot op de dag van vandaag worden uitgevoerd door de symbolen met een stokje in het zand te tekenen. De connectie tussen vrijmetselarij en jodendom is ook veelvuldig beschreven: de verhalen gaan allemaal terug op joodse geschriften en het Tempelplan van Koning Salomo. Profeten als Mozes en Daniel waren bovendien ook Magiërs.

De belangrijke vrijmetselaar Albert Pike schreef in zijn Morals and Dogma8 een aantal zeer interessante zaken hierover. Dit geschrift zal nog vaker terugkomen, omdat hij een enorm rijke bron blijkt te zijn om meer over de Orde en de Magi te weten te komen.

The Occult Science of the Ancient Magi was concealed under the shadows of the Ancient Mysteries: it was imperfectly revealed or rather disfigured by the Gnostics: it is guessed at under the obscurities that cover the pretended crimes of the Templars; and it is found enveloped in enigmas that seem impenetrable, in the Rites of the Highest Masonry.

Magism was the Science of Abraham and Orpheus, of Confucius and Zoroaster. It was the dogmas of this Science that were engraven on the tables of stone by Hanoch and Trismegistus. Moses purified and re-veiled them, for that is the meaning of the word reveal. He covered them with a new veil, when he made of the Holy Kabalah the exclusive heritage of the people of Israel, and the inviolable Secret of its priests.


It was this same remembrance, preserved, or perhaps profaned in the celebrated Order of the Templars, that became for all the secret associations, of the Rose-Croix, of the Illuminati, and of the Hermetic Freemasons, the reason of their strange rites, of their signs more or less conventional, and, above all, of their mutual devotedness and of their power.

De oorspronkelijke vrije metselaars (Franc Maçons) waren dus rondtrekkende ambachtslieden, die ook steeds meer op vaste plekken gingen vertoeven en hun rituelen ook steeds ‘speculatiever’ maakten. Net als de ridderordes op een gegeven moment niets meer te maken hadden met de oorspronkelijke verdiensten van ‘ridderschap’, bijvoorbeeld door de kruistochten.

Mijn persoonlijke hypothese is dat het joodse volk, uiteraard tevens door hun connectie met Egypte, ook een nomadische oorsprong heeft, verbonden met de Horde, maar zich ook is gaan vestigen op vaste, strategische locaties, dichtbij of in de grote steden. Daarbij zijn alle verschillende ‘joodse stammen’ door de tijd verenigd onder één noemer. Vandaar ook het palet aan termen: Semieten (anti-semitisme), Levieten (Levi), Juda (Joden), Israelieten (Land Israel), Hebreeërs (Hebreeuwse taal).

Wat hen eigenlijk verenigt is de Kabbalah, de mystieke leer, die eveneens de wortel vormt van het woord ‘Cabal’ én van ‘Kabaal’ (waarover later meer). Albert Pike zegt hierover:

A great number of Jewish families remained permanently in their new country; and one of the most celebrated of their schools was at Babylon. They were soon familiarized with the doctrine of Zoroaster, which itself was more ancient than Kuros. From the system of the Zend-Avesta they borrowed, and subsequently gave large development to, everything that could be reconciled with their own faith.

The primary tradition of the single revelation has been preserved under the name of the “Kabalah,” by the Priesthood of Israel. The Kabalistic doctrine, which was also the dogma of the Magi and of Hermes, is contained in the Sepher Yetsairah, the Sohar, and the Talmud.

Zowel de zigeuners als de joden hebben een eigen term voor niet-zigeuners en niet-joden: ‘gaje’ en ‘goyim’, die dan ook veel overeenkomsten vertonen. Voor inwijdingsgenootschappen is de term ‘profanen’, van pro (voor) en fanum (heiligdom, tempel), dus diegenen die buiten de tempel stonden. En beide volkeren kennen een afgezonderd bestaan in een parallelle samenleving, die vaak onzichtbaar naast de dominante maatschappij bestaat in netwerken.

De grootste zigeunergroep heet bovendien de ‘Roma’, wat naar mijn gevoel niet los gezien kan worden van ‘Rome’ en ‘Roemenië’, die zich allemaal in dezelfde regio’s bevinden. Maar ook dit is nog onderwerp van verder onderzoek. Een restant van deze cultuur is nog te vinden in de ‘kampen’ (denk terug aan ‘Kumpania‘) waar de ‘kampers’ wonen, die eigenlijk niets liever willen dan rondtrekken, maar dit recht wordt hen, terecht en/of onterecht ontnomen en ontzegd. In het Engels staat ‘roaming‘ bovendien gelijk aan ‘wandering‘.

Zowel Joden, Zigeuners of Roma én inwijdingsgenootschappen zijn makkelijke ‘scapegoats’ voor heersers om allerlei zaken op te projecteren, terecht of onterecht. In Engeland werd de Egyptian Act van 1530 aangenomen om zigeuners uit het koninkrijk te verdrijven, omdat ze zogenaamd onzedelijke vagebonden waren, de goede burgers van hun geld beroofden en een reeks misdadige diefstallen pleegden. Onder koning James I begon Engeland zigeuners te deporteren naar de Amerikaanse koloniën, maar ook naar Jamaica en Barbados. Het dumpen van ongewenste personen in de koloniën werd een wijdverspreide praktijk, niet alleen zigeuners maar ook “dieven, bedelaars en hoeren”. Australië stond erom bekend de plek te zijn waar het uitschot naartoe werd gescheept. En het aantal uitdrijvingen van Joden is niet te tellen, waarover later meer.

Eigenschap B. Patriarchaal-militaire structuur en slavernij

De sociale structuur van de nomadenvolkeren was zéér patriarchaal of mannelijk-vaderlijk dominant. Er was een duidelijke pikorde van de hoogste mannen tot de laagsten, die bijna niets te vertellen hadden. De hoogste mannen hadden vele vrouwen tot hun beschikking en konden beschikken over leven en dood van de leden van hun stam: het geweldsmonopolie.

De mannen vormden met elkaar het leger van de Horde/Orda. Omdat ze zeer militair van aard moesten zijn door hun rondtrekkende bestaan met grote kuddes vee, hadden deze mannen dan ook de macht. Waarschijnlijk omdat er ook veel fysieke kracht nodig was om al die beesten in bedwang te houden en te doen gehoorzamen.

Als ze andere volkeren en landen hadden veroverd, dan installeerden zij zichzelf bóven de bestaande hiërarchieën. Dit is een zeer interessant fenomeen, want ze hadden dus geen behoefte om de boel over te nemen en beheersen, maar enkel om de vruchten ervan te plukken. Zij profiteerden als parasieten van de bestaande structuren en waren zeer tolerant als het ging om geloofsovertuiging. Principieel waren ze niet zozeer, vooral pragmatisch.

Daarmee onderwierpen zij vele volkeren tot hun ‘slaven’ als ‘meesters’ door belastingen te heffen, die ze periodiek kwamen inzamelen via hun uitstekend georganiseerde bovengrondse en ondergrondse netwerken. De zijderoutes waren eveneens hun domein, waar enorm verfijnde netwerken waren ontwikkeld om zeer snel en nauwkeurig ‘intelligence’ en post door te geven.

Het woord ‘Magister’, waarvan ‘meester‘ en ‘Maitreya‘ (bodhisattva) zijn afgeleid, komt dan ook van dezelfde wortel als de ‘Magi’ waar we later in dit artikel kennis mee gaan maken. De term ‘slaaf‘ is niet toevallig, omdat de Slavische volkeren het vaakst en het langst werden onderworpen en zich precies in de bufferzone bevonden tussen oost en west. Er gaan verhalen rond dat deze volkeren ‘slaven’ werden genoemd, omdat ze inmiddels niet beter wisten dan dat ze een meester hadden en geen idee van ‘vrijheid’ hadden.

Een interessante vergelijking is met de parasitaire ‘slave making ant9. Slaafmakende mieren of slaafmieren zijn parasieten die broedsels van andere miersoorten vangen om de werkkracht van hun kolonie te vergroten. Na het verschijnen in het slavenmakernest, werken de slavenarbeiders alsof ze in hun eigen kolonie zijn, terwijl de parasietarbeiders zich alleen concentreren op het aanvullen van de werkkrachten uit naburige gastheernesten, een proces dat slavenroof wordt genoemd.

Het is echter de vraag of deze volkeren meer ‘patriarchaal‘ waren dan wel ‘fratriarchaal‘ (of ‘fraternaal‘). Mijn vermoeden is het laatste, waarbij de broederschappen centraal stonden, die uit hun midden vervolgens een patriarch kozen. Denk aan de uitdrukkingen ‘old boys netwerk’ en ‘oude jongens krentenbrood’. Ook in het oude Athene waren de Phratries op basis van de genos (bloedlijn) door de eeuwen de dominante kracht ten opzichte van de demos (bevolking). Hiermee konden zij steeds de bestuurders uit hun midden kiezen en anderen, zoals vrouw, kinderen, slaven, vee uitsluiten van participatie in het bestuur.

De onderwerping van ‘de natuur’ (van ‘nataal’ of ‘geboorte’) is een diep patriarchaal of fratriarchaal idee dat samenhangt met de onderwerping van de vrouw. Voor veel mannen was het eigendom en isolatie van een vrouw de enige manier om te verzekeren dat de kinderen van hem zijn. Bovendien stonden de meeste (geestelijke) broederschappen bekend om hun vrouwenhaat, zoals in het Mithraïsme. Tot op de dag van vandaag bestaat dit verschijnsel, bijvoorbeeld in de ‘manosphere’ (o.a. bij ‘Incels’).

Eigenschap C: Eén Hemelgod

De hoogste God van beiden, zowel bij de joden als de hordes, is bovendien een zon- en hemelgod. Voor de joden is dit YHWH of Adonai, van het Fenicische Adon of Aten (de Egyptische zonnegod), dat ‘heer’ betekent, net als Baäl. Net als de Fenicische Adon werd met Adonis de geliefde van de godin aangeduid, een jaarlijks stervende en herrijzende god. Adonis was de geliefde van Aphrodite of Venus. Bij de Babyloniërs was Tammuz de zoon-minnaar van Ishtar (van ‘Easter’ of pasen). Hij werd jaarlijks geslachtofferd in de gedaante van een onschuldig lam.

Voor de hordes was deze hemelgod Tengri. Tengri is hetzelfde archetype als de Zoroastrische hemelgod Ahura Mazda (Ormazd) en het eerste teken van de I Tjing, genaamd ‘Tj’ien’, wat ‘lucht’ betekent en het meest mannelijke teken is van alle 64 hexagrammen, met 6 doorgetrokken ‘yang’-lijnen, waarin dus geen enkele ‘vrouwelijke’ of ‘zwakke’ (dat zijn de termen in de I Tjing zelf) ‘yin’-lijn te vinden is. In de I Tjing is het tweede teken, na Tj’ien dan ook K’oen, het ontvangende, wat 6 onderbroken, zwakke yin-lijnen kent. De aarde is daarmee dus het vrouwelijke, zwakke, wat onderworpen moet worden aan de wil van het sterke.

Murad Adji is een befaamde onderzoeker naar de oorspronkelijke Turkse beschaving en heeft er dit over te zeggen:

Although Tengri-Khan has never been the spiritual property of the Turki. He is the priceless wealth of other nations of the Central Asia. Its image is the most ancient mythological image of the East. For he is the spirit of heaven. The lord of heaven and of the world.

The Turki say “Tengri” or “Tangri”, the Buryats – “Tangari”, the Mongolians – “Tanger”, the Chuvashes – “Tura”. The Turki themselves have several variants of pronunciation of his name: from “Danyir”, “Dandyr” to “Donar“… The sounds seem to be different, but the sense of the word is the same for all nations: the spirit, male divine origin. The title “khan” points to its superior role in the Universe.10

Later zullen we nog meer connecties ontdekken tussen Thoth en Toutatis, hier zien we de connectie tussen Tengri en Donar of Thor, de Germaanse God van de donder, waar donderdag naar vernoemd is. Het paganisme of heidendom lijkt daarom niet oorspronkelijk te zijn aan Europa, maar geïmporteerd uit het oosten en westwaarts gebracht. De andere kant op, vanuit de Germaanse talen, komt eenzelfde beeld naar voren (vergelijk Mongools ‘Tanger’ en Fries ‘Tonger’):

Thor (runen: þonar ᚦᛟᚾᚨᚱ), in het Oudhoogduits en Fries Tonger, in de Continentale Germaanse mythologie Donar of Thonar, in het Oudnoords Þórr, in het Oudsaksisch Thunaer of Thunar is de dondergod in de Noordse en Germaanse mythologie.

Thor was bevriend met Loki en zijn favoriete bezigheid was het doodslaan van reuzen. Hij staat voor ordeschepper tegenover de chaos. 11

Deze oriëntatie op de hemel en de sterren in plaats van de aarde is overigens niet vreemd om te bedenken voor nomadenvolkeren. Zowel bij de Zigeuners, als bij de joden en de hordes lijkt bovendien het idee te bestaan dat van de aarde kan worden genomen wat zij nodig achten. Wat weer kan worden gezien als een verwijzing naar de religieuze teksten die de (Moeder) aarde als ‘onderworpen’ zien aan de ‘uitverkorenen’ (de heilige ‘Hagioi‘) van de ‘hemelgod’.

Deze dualistische strijd tussen ‘orde’ en ‘chaos’, ‘licht’ (mannelijk, ‘sterk’) en ‘duister’ (vrouwelijk, ‘zwak’) komt dan ook uit deze leerschool, net als het idealisme van Plato, die ook algemeen als ‘ingewijde’ wordt beschouwd. Zoals Albert Pike zegt:

But among the Greeks, Egyptians, Chaldeans, Persians, and Assyrians, the doctrine of the two Principles formed a complete and regularly arranged theological system. It was the basis of the religion of the Magi and of Egypt. The author of an ancient work, attributed to Origen, says that Pythagoras learned from Zarastha, a Magus at Babylon (the same, perhaps, as Zerdusht or Zoroaster), that there are two principles of all things, whereof one is the father and the other the mother; the former, Light, and the latter, Darkness.

Pythagoras thought that the Dependencies on Light were warmth, dryness, lightness, swiftness; and those on Darkness, cold, wet, weight, and slowness; and that the world derived its existence from these two principles, as from the male and the female.

According to Porphyry, he conceived two opposing powers, one good, which he termed Unity, the Light, Right, the Equal, the Stable, the Straight; the other evil, which he termed Binary, Darkness, the Left, the Unequal, the Crooked. These ideas he received from the Orientals, for he dwelt twelve years at Babylon, studying with the Magi.

Varro says he recognized two Principles of all things, – the Finite and the Infinite, Good and Evil, Life and Death, Day a Night. White he thought was of the nature of the Good Principle, and Black of that of the Evil; that Light and Darkness, Heat and Cold, the Dry and the Wet, mingled in equal proportions; that Summer was the triumph of heat, and Winter of cold; that their equal combination produced Spring and Autumn, the former producing verdure and favorable to health, and the latter, deteriorating everything, giving birth to maladies. He applied the same idea to the rising and setting of the sun; and, like the Magi, held that God or Ormuzd in the body resembled light, and in the soul, truth.

Deze religies kennen ook allemaal een duidelijke dualiteit tussen ‘licht’ en ‘duister’, ‘goed’ en ‘kwaad’, waarbij het licht (uit de hemel) het goede is. Ook dit sluit precies aan bij het idee van ‘Hemel’ en ‘Aarde’, ‘Orde’ en ‘Chaos’ als ‘goed’ en ‘kwaad’. Er zijn eveneens overeenkomsten met het Platonische Idealisme, waarbij een volmaakte wereld wordt ingebeeld in de hemelen en een onvolmaakte wereld, de aarde. Daarom wordt er steeds terugverlangd naar de hereniging met de oorsprong, die volgens hen in de hemel ligt en niet op de aarde (‘natuur’ komt van ‘nataal’ of ‘geboorte’). Het is niet voor niets dat de zon, in de hemel, het belangrijkste ankerpunt en symbool is voor de grote religies.

Genghis Khan geloofde dat Tengri hem had uitverkoren om over de wereld te heersen en orde te brengen. Zijn titel “Genghis Khan” (vaak vertaald als “Grote, Universele Heerser”) kreeg in die context een heilige autoriteit. Zijn naam, ook wel eens “Temujin” genoemd, kan ook worden gelezen als ‘Temu-Djinn’ of ‘Djinn-gis Khan’, met een verwijzing naar de Midden-Oosterse Djinn of demon-groepsgeesten die hij mogelijk als ‘beschermengelen’ had. Zijn succes in de oorlogen en het bijeenbrengen van de Mongoolse stammen zag hij als bewijs van goddelijke steun. De “Geheime Geschiedenis van de Mongolen”, het oudste Mongoolse geschrift (13e eeuw), beschrijft Genghis’ leven en presenteert zijn opkomst als een vervulling van een hemels plan:

“Tengri gaf hem de macht over alle mensen onder de hemel.”

NB. Deze beeldspraak van de Ene God die de andere goden uitsluit en daar jaloers op is, maar feitelijk geen aanspraak kan maken op de werkelijke eenheid van alles, is voer geweest voor vele misinterpretaties over eenheid in ‘één hoofd en één lichaam’, wat tot op de dag van vandaag nog wordt gebruikt, ook in seculiere (ontkerkelijkte) omgevingen. Dit is verder uitgewerkt in het artikel ‘God Inc’.

Eigenschap D. Herder-kudde religie

Er zijn daarnaast veel overeenkomsten tussen de joodse religie, later geadopteerd door de Khazaarse ruiterhorde, en de religie van de Hordes en Khanaten. Neem bijvoorbeeld de term ‘Horde‘, die ook ‘Tent van de Khan’ betekende en ‘hof‘. In het oude testament zijn de Israelieten ook een rondtrekkend volk rond de tent van de Ark des Verbonds. Het Heilige der Heiligen van het tabernakel heeft eveneens een ‘voorhof’ (net als in de Vrijmetselarij), waar de bewaking staat die enkel de ingewijde hogepriesters doorlaat. De Here wordt expliciet ook als herder (Shepherd = schaapsherder) benoemd, net als zijn Zoon, Jezus.

Oude Testament, Psalm 23:1–4
“De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij neerliggen in grazige weiden, Hij voert mij aan rustige wateren, Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij in de rechte sporen omwille van zijn naam.”

Oude Testament, Psalm 100:3
“Erken dat de HEER God is; Hij heeft ons gemaakt — en niet wijzelf — wij zijn Zijn volk, de schapen die Hij weidt.”

Nieuwe Testament, Johannes 10:11, 14–15 (Jezus spreekt)
“Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen.
(…) Ik ben de goede herder; Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij,
zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef mijn leven voor de schapen.”

En ook de term ‘pastoor’ komt van ‘presbiter’ en betekent ‘herder’, net als ‘pasture’ een ‘gra(a)sweide’ is. Het Nieuwe Testament gebruikt dezelfde beeldspraak van ‘herder’ of ‘hoeder’ en ‘lammeren’ of ‘schapen’ als ‘kudde’ (‘herd’). Dit is een duidelijke verwijzing naar het beeld van een veehoudersgemeenschap en niet van een landbouwgemeenschap, zoals gebruikelijk was bij de Grieken en Romeinen. De hoogste God wordt dus beschouwd als een herder of veehouder en zijn onderdanen zijn dus ‘vee’ in een ‘kudde’.

Dan is het ineens niet vreemd meer dat we al eeuwen worden beheerst door een ‘kudde mentaliteit’ (herd mentality of hive mind). In het Engels heeft het woord ‘Stock’ de dubbele betekenis van zowel vee als aandelen en de administratie daarvan met een kerfstok. En tot slot wijst het Engels ‘Hoard‘, net als ‘stocking‘ op het ‘opsparen’ van iets wat waardevol is, wat afkomstig is van het verzamelen van een ‘schat’ aan vee, wat ook vaak de kern van de bruidschat vormt van nomadische volkeren.

Hetzelfde geldt voor het woord Horde, het woord ‘cohort‘ duidde oorspronkelijk een onderafdeling in het leger aan. Het woord is een samenstelling van co (‘met’) en een stam die verwant is met hortus (‘tuin’). Aanvankelijk duidde cohors een omheinde ruimte aan, bedoeld voor het houden van vee. De dichter P.C. Hooft, liefhebber van Tacitus, vertaalt het Latijnse cohors als ‘hofregement‘.

De militair-veehouderlijke verwantschap komt ook terug in de overeenkomst tussen ‘cohort‘ en het Engelse ‘court‘, wat wederom ‘hof’ betekent, net als ‘Horde’. De betekenissen lopen in cirkeltjes. Ook het Latijnse ‘Curia’, wat terugkomt in de Romeinse Curie, het administratieve centrum van het Vaticaan en bestuursapparaat van de paus en Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), wat de ook CURIA wordt genoemd.

Zowel Herodotos12, Helena Blavatsky13 als Victor H. Mair brengen de oorsprong van de Magi (zie ook de latere eigenschap F) terug naar het gebied ‘Medea’ of ‘Media’14, bekend van de ‘Meden’ in het oude Perzische Rijk, wat tegenwoordig ‘Iran’ heet, wat dezelfde wortel heeft ‘Arisch’. De Magoi waren volgens Herodotos één van de stammen van de Meden. Medea was in de Griekse mythologie bovendien een tovenares die Jason hielp het Gulden vlies te veroveren, één van de belangrijkste, eeuwenoude ridderordes van vandaag de dag is de Orde van het Gulden Vlies15.

Het symbool van de Orde van het Gulden Vlies is een gouden ramsvacht (vergelijk met het schaap of lam van de herder-kudde beeldspraak) met kop en poten, door een ring gehaald, hangend aan een gouden keten. Het Gulden vlies verwijst ook naar een techniek in de goudwinning waarbij in een snelstromende rivier of beek die goudkorrels bevat, schapenvellen worden gelegd. De zware goudkorrels plakken vast aan de vettige wol, het zand spoelt weg.

Er zijn echter meer vreemde parallellen met de wolhandel, waar bijvoorbeeld Groot-Brittanië eeuwenlang om bekend stond en de wereldmarkt van in handen had. Het ‘Woolmark’ merk komt daar vandaan, maar tot op de dag van vandaag dragen de Britse rechters een schaapsvacht op hun hoofd, wat teruggaat naar deze tijd. Zijn dit de befaamde ‘wolven in schaapskleren’?

Deze symboliek komt terug in de Orde van het Gulden Vlies, maar bijvoorbeeld ook in de moderne Fabian Society. De symboliek van de ram of het Lam Gods dat geofferd wordt gaat echter veel verder terug dan het Christendom en zelfs op de astrologie: als je de ‘precessie van de equinoxes’16 volgt met tijdsperken van grofweg 2000 jaar, dan gaat het tijdperk van de ‘ram’ vooraf aan het huidige aflopende ‘vissen’ tijdperk. De bijbel verwijst ook vaak naar Jezus met symboliek over vissen en het offeren van het lam, wat zinnebeeldig de overgang van tijdperken verkondigde.

De astrologie zelf is eveneens een uitvinding van deze zelfde Magische priesterkaste, volgens Albert Pike:

The Persians said that Ormuzd, born of the pure Light, and Ahriman, born of darkness, were ever at war. Ormuzd produced six Gods, Beneficence, Truth, Good Order, Wisdom, Riches, and Virtuous Joy. Ahriman, in his turn, produced six Devs, opponents of the six emanations from Ormuzd.

The twelve great Deities of the Persians, the six Amshaspands and six Devs, marshalled, the former under the banner of Light, and the latter under that of Darkness, are the twelve Zodiacal Signs or Months; the six supreme signs, or those of Light, or of Spring and Summer, commencing with Aries, and the six inferior, of Darkness, or of Autumn and Winter, commencing with Libra.

Eigenschap E. Het paard als ‘technologie’ van de ‘cabalbroeders’

Dit was voor mij persoonlijk een wezenlijk inzicht, omdat we denken dat paarden er altijd al zijn geweest. Dit is echter niet zo. Het tamme paard is gedomesticeerd in Azië en van daaruit naar Europa gebracht. De oude Europeanen waren niet bekend met het paard en het bracht de ruiterhordes daarom enorme militaire voordelen. De hordes gebruikten vooral kleine paardjes (‘knollen’ of ‘caballus’), die snel en behendig waren. Daarmee konden ze snel toeslaan en landen of burchten veroveren.

Hiertoe hadden zij echter niet altijd de tijd. Hun vee en paarden moesten veel grazen. En als ze een burcht moesten belegeren, konden ze dit vaak niet lang volhouden, omdat er niks meer te grazen viel. Daarom hadden ze geleerd om hun invallen zo snel en effectief mogelijk te doen. De overbegrazing door hun vee zorgde er ook voor dat ze eigenlijk nooit lang op één plek konden blijven en weer moesten doorreizen.

Een van de bekendste verwijzingen naar Attila is het gezegde: Waar Attila is langsgekomen groeit geen gras meer. Of hiermee de verwoestijning in die gebieden is te verklaren is onderwerp van meer onderzoek. Feit is wel dat deze volkeren altijd vochten tegen schaarste, omdat ze vooral konden bestaan op de minder vruchtbare plekken, net zoals het hedendaagse Mongolië.

De Romeins-Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, actief in de eerste eeuw, stelt Magog gelijk aan de Scythen, nomaden afkomstig van de Centraal-Aziatische steppen. Scythen zijn hetzelfde als de Siddhi’s, zoals Gautama Buddha ook Siddharta werd genoemd en later in dit artikel de naam ‘Siddiq‘ wordt verbonden aan ‘Zadok‘. Ze vestigden een rijk ten noorden van de Zwarte Zee dat stand hield van de 8e eeuw v.Chr. tot de 2e eeuw v.Chr. In zijn werk brengt hij het verhaal van Alexander de Grote ter sprake, die een ijzeren poort gebouwd zou hebben tussen twee bergen om de barbaren van Gog en Magog van de beschaafde wereld weg te houden.

Het woord ‘leger‘ betekende van oorsprong dan ook ‘ligplaats’ (van ‘leget’), voor zich dit in het Nederlands vernauwde tot ‘ligplaats van een krijgsmacht’ en nog later tot ‘krijgsmacht’. En om de cirkel rond te maken: van oudsher werd het leger van de heer zelf óók ‘Heer‘ genoemd, maar die betekenis is langzaam maar zeker verdwenen. De woorden ‘eer‘ en ‘Heer’ zijn dan ook niet los van elkaar te zien.

De bereden politie is tot op de dag van vandaag de meest ontzagwekkende autoriteit die kan worden ingezet om hele massa’s mensen tot gehoorzaamheid te brengen. Alexis de Tocqueville17 beschrijft dat dit voor machthebbers het meest eenvoudige machtsmiddel is om de orde te handhaven.

Als ze eenmaal de boel hadden veroverd, dan zorgden de hordes er ook voor dat de paardenhandel in hún handen bleef. Daarover hielden ze het monopolie, waarmee ze hun strategisch voordeel konden beheersen en niet uit handen gaven aan hun vijanden. Enkel de heersers mochten gebruik maken van de paarden en werden zo ‘ruiters’ of ‘ridders’ die het voorrecht (privilege) hadden verdiend om paard te mógen rijden.

De nomaden verkregen een belangrijk overwicht toen zij het bereden boogschieten onder de knie kregen. Op de vlaktes konden zij in groten getale paarden onderhouden, waar dat voor rijken die niet over grote grasvlaktes beschikten een kostbare zaak was. West-Europa met zijn bossen en Japan lagen grotendeels buiten deze invloedssfeer, maar in de rest van Eurazië maakte hen dit van de Val van Nineveh in 612 v.Chr. tot de verovering van China door de Mantsjoes in 1644 dusdanig machtig dat veel van de heersers hier nomadische afstammelingen waren.18

Mijn hypothese is dat de ridderordes (lees: ruiterhordes) van toen én nu eveneens teruggaan op de hordes uit het oosten en dáár hun mandaat vandaan haalden. Alle vorstenhuizen van nu zijn verbonden aan oude ridderordes (zoals de Order of the Garter of de Orde van het Gulden Vlies), wat een nieuw licht schijnt op de eerste kruistochten en kruisvaarders, die werden ‘geridderd’ voor hun militaire verdiensten. De tempeliers stonden erom bekend niet meer te bezitten dan een zwaard en een paard.

Waren de oude ridderordes van oorsprong ruiterhordes? De ‘cabal’!

En nu komt de crux van dit verhaal, waar het allemaal bij elkaar komt. De grote vraag die velen teistert is: “Wie trekken er nu werkelijk aan de touwtjes in de wereld?” Het antwoord hierop is steevast “De cabal”. Dit woord is aan inflatie onderhevig, maar blijkt een enorm diepe betekenis te hebben, waarbij vanuit meerdere invalshoeken steeds in dezelfde richting wordt gewezen:

  • Cabal = Cheval / Cavalerie: Het paard, de ruiterij en de ridders. De ruiterhorde is de ridderorde. Gebaseerd op latijn caballus of ‘knol, paard’.
  • Cabal = Caballeros: ‘Heren’ (gentlemen), de ‘jongens’ van ‘oude jongens krentenbrood’, de ‘broeders’ (Phratria, fratrie), het Old boys network van ‘bachelors‘, wat komt van het Midden-Engelse ‘bacheler’, wat een jonge ridder, (vrij)gezel, vazal of horige, een ridder die te jong of te arm is om vazallen onder eigen vlag te verzamelen.
  • Cabal = Cabal / Samenzwering: Van Frans cabale, ‘doctrine, traditionele overlevering’, ‘geheime samenzwering’ en ‘groep intriganten’. Er is een theorie over een groep ministers die in 1668 het “Cabal-ministerie” van koning Charles II van Engeland werd genoemd door de leden Clifford, Arlington, Buckingham, Ashley en Lauderdale, wiens beginletters toevallig CABAL spelden.
  • Cabal = Kabbalah / qabbālā: de geheime, mystieke, hermetische leer van het jodendom, overerfd uit het oude ‘Egypte’ (gypsies) door de ‘scribe’ Thoth/Hermes/Mercurius/Odin en bewaard en doorgegeven door de ingewijden (o.a. Rabbijnen). De leer van de alchemisten.
  • Cabal = Kabaal: Opschudding, twist, onenigdheid, lawaai en rumoer, wat weer is ontleend aan Kaballah.
  • In het Nederlands werd het woord ‘kabaal‘, in de 18e eeuw op dezelfde manier gebruikt. Het Friesche Kabaal duidde op de Friese pro-Oranje adel (Orangisten) die het stadhouderschap en eventueel koningschap steunde. Het woord heeft daarom tegenwoordig de betekenis van lawaai, oproer, herrie.

‘Kabaal maken’ is dan ook de kern van de ‘verdeel, verenig en heers‘ strategie. Maak eerst een probleem of crisis met een hoop kabaal en kom daarna met de zelfbedachte en voorbereide ‘oplossing’ om de massa te verenigen rond dit zelfgeschapen probleem en de aandacht af te leiden van de wérkelijke samenzwering.

De vergelijkingen met een paardencultuur gaan nog véél verder, ook in de huidige managementcultuur. Het woord ‘Management‘ komt namelijk van ‘Manege‘, wat ‘een paard met de hand (manus) leiden aan de leiband’ betekent. Management betekent het trainen, dresseren en conditioneren van een dier om te doen wat de meester ermee wil: om orders op te volgen. Parallellen met de cultuur van vandaag zijn niet ver gezocht: de psychologie en organisatiewetenschap zijn verlaagd tot ‘gedragswetenschap’, waarin het vooral draait om het gedrag te sturen via ‘sociale conditionering’ en programmering.

Intermezzo: De ware reden achter de wereldoorlogen?

Zeer belangrijk! Het is verleidelijk, zoals al eerder gezegd, om ‘het jodendom’ tot scapegoat of schuldige te bombarderen, maar dit is véél te simplistisch. Deze strategie, om de joden de schuld van alles te geven’, is juist meestal gehanteerd door de heersende macht om als bliksemafleider te werken rond hun eigen snode samenzweringen (waarbij zij onderling iets naar elkaar zwoeren als ridders in de ordes). Een slimme truc die door de eeuwen vele malen is gebruikt.

Zo was de ‘Hofjood’ of ‘Court Jew’19 een bekend verschijnsel aan het hof, waarbij enkel de oudst geborene van een Joodse familie een bevoorrechte rol kreeg ónder de royalty om de geldzaken te regelen. Waarom? Omdat Joden niet door hun geloof werden beperkt om geld uit te lenen tegen rente, iets wat door de Katholieke kerk ten strengste verboden was (om redelijk goede redenen). Zij werden dus strategisch ingezet dóór de (vaak Katholieke) machthebbers en enkel als het de macht zelf uitkwam, die daarmee wel de lusten van de rente hadden, maar niet de lasten.

Mijn hypothese is daarom dat het antisemitisme van de eerste wereldoorlog en tweede wereldoorlog voortkwam uit de ‘Court Jews’ die zich achter de schermen onderling hadden verenigd om samen te zweren tegen hun ‘Heren’ en beide kanten van de oorlogen te financieren. Hieruit komen alle verhalen over de Rothschilds vandaan, maar ook de gefrustreerde tirades van mensen als Henry Ford, die zich afzette tegen de ‘International Jew’, waarvan hij afhankelijk was voor het grote geld, maar wat door mensen als hijzelf zélf is veroorzaakt, omdat ze de joden van alle andere ambachten en ambten hadden uitgesloten. Is het vreemd dat ze zich dan bekwaamden in dít ‘vak’ van bankier?

Joden zijn dan ook, vooral door hun ‘vloek én zegen’ van ‘rente’, vaak door de heersende macht uitgezet om de ‘zaakjes’ te regelen en oorlogen te financieren. Hetzelfde kan worden gezegd over het Zionisme, waarbij Israel óók kan worden gezien als een ‘reservaat’ voor het Joodse volk, om hen in te kapselen en controleren, het land dat door Groot-Brittanië beschikbaar is gesteld vanuit hun mandaat om over Palestina te regeren en de Balfour verklaring20 waarin het joodse volk een eigen staat wordt toegezegd aan de Heer Rothschild, die door het Koninklijk Huis zélf tot Baron was benoemd.

Je zou kunnen zeggen dat dit een manier was voor het Britse Rijk om verlost te raken van de ‘Joodse kwestie’. Een interessant document is de brief van Winston Churchill, waarin hij de nationale Joden (zowel Brits als Zionistisch, dus nationaal) als ‘goed’ aanmerkt en de internationale joden (de Bolsjewieken) als ‘slecht’21. Mogelijk dus omdat het internationale communisme toentertijd de enige serieuze tegenstander van de internationale wereldorde vormde met Groot-Brittannië als centrale macht.

Een smeuïg detail in dit verhaal is dat het Huis Windsor, dat oorspronkelijk Duits (Teutoons) is en van het Huis Hannover overging naar Sakse Coburg en Gotha, om de naam tijdens de eerste wereldoorlog te wijzigen naar het minder Duits klinkende ‘Windsor’, net als ‘Battenberg’ werd veranderd in ‘Mountbatten’. Er wordt veel beweerd dat het Engels Koninklijk huis de prinsen laat besnijden22, mede omdat koningin Victoria de bloedlijn vanuit het koningschap van David wilde claimen. Wellicht is er daarom een innige connectie tussen de Huizen Windsor en Rothschild.

De heersende macht is echter altijd al afhankelijk geweest van het grote geld van de bankiers, belasting en rente. Maar daarmee waren zij ook afhankelijk van de joden, een bijzonder verstandshuwelijk. Met de eerste wereldoorlog had de ‘Joodse Nobility’23 (die hun titels enkel kregen ván de royalty) achter de schermen de machten gebundeld en de vorstenhuizen tegen elkaar uitgespeeld, waarmee ze beide zijden van een aanstaande oorlog zouden financieren. 

Pas toen de bom was gebarsten kwamen de hoven hierachter. Maar het kwaad was al geschied. Zowel in Duitsland (Huis Hohenzollern) als in Rusland (Huis Romanov) was de oude Adel ‘kaltgestellt’ en beraamde zich op wraak. Het is niet voor niets dat de Mensjewieken, het ‘witte leger’ inclusief de adel en de Kozakken (een nomadisch ruitervolk), zich zo ging bewapenen tegen de Bolsjewieken, het ‘rode leger’, om het Ancien regime te herstellen.

En dat de oude adel van Duitsland, na het vallen van het Huis Hohenzollern, zich zou verenigen in de Nazi partij en met name de SS. De Schwarze Adel verwijst naar leden van de Duitse erfadel (vooral van Pruisische afkomst) die in de jaren 1930 in groten getale sympathiseerden met het nationaalsocialisme en zich aansloten bij de SS of andere organisaties van het Derde Rijk. De controverse rondom Prins Bernhard blijft daarom ook naar boven komen én onderdrukt worden.

De term zwarte adel is ontstaan nadat het Italiaanse leger van het Huis van Savoye Rome binnenviel in 1870, wat leidde tot het verlies van de Pauselijke Staten. Deze zwarte adel, bestaande uit bepaalde families, bleef trouw aan de Heilige Stoel en de paus, die na deze gebeurtenis gevangenen werden in het Vaticaan. Hetzelfde is gebeurd met de trouwen van het Huis Hohenzollern in Duitsland en het Huis Romanov in Rusland.

De Zwarte Adel is echter ouder dan dit en stamt van de ‘Ghibellijnse tak’, die pauselijk gezind was en Rooms geörienteerd in het Italië van na 1400, in concurrentie met de ‘Guelph tak’ (of Welph)24, die meer republikeins en Fenicisch (Venetië dus) georiënteerd waren (denk aan de Renaissance). Ook in Nederland kenden we een soortgelijke strijd tussen de Orangisten (die de Monarchie aanhingen) en de Patriotten (die de Republiek aanhingen).

Deze strijd is al eeuwen gaande, waarbij twee takken met elkaar strijden om de almacht. De ene tak wat meer conservatief of ‘rechts’ en de andere tak wat meer progressief of ‘links’. De onderverdeling ‘links’ en ‘rechts’ is ontstaan door de Franse revolutie, waarbij de hervormingsgezinden links zaten in het parlement en de behoudende tak rechts. Wat daarbij interessant is dat de rechtsen vaak de eerstgeborenen waren en de linksen de niet-eerstgeborenen, maar allebei van de adel en gegoede burgerij. Hun enige verschil was de aanspraak op (alleen)erfrecht, wat de rechtsen zo willen houden en de linksen willen openbreken om er ook kans op te maken.

Om terug te keren naar ‘mijn theorie over de wereldoorlogen’: De strijd op het vasteland tussen de Hohenzollerns (Prussia) en de Romanovs (Russia) en later tussen de Nazi’s en het Rode Leger, was koren op de molen van het Britse Rijk, dat de kans schoon zag om de concurrentie op het vasteland uit te schakelen, hun oude families, zodat zij als enigen zouden overblijven. Als enige échte soeverein, om het Britse Rijk uit te breiden en de concurrenten elkaar wederzijds uit te laten roeien. De hoeveelheid jonge mannen is in die periode dan ook gedecimeerd in deze twee staten. Als twee honden vechten om een bot, gaat een derde ermee heen.

Deze drie partijen lijken echter vijanden van elkaar, maar zijn in de kern allemaal onderdeel van hetzelfde spelletje dat zij spelen: Monocratie of de strijd om het machtsmonopolie en meesterschap. Als zwart en wit bij het schaakbord. Soms wint de ene partij, soms de andere. Maar het is in wezen het spel zelf dat hun identiteit bepaalt: the love for the game. Zij hebben onderling veel meer met elkaar gemeen dan met het volk dat zij zeggen te dienen. De hogere regionen van de maatschappij vormen daarmee van oudsher altijd al een collectief of ‘kudde’.

Eigenschap F: Het Hof van Magí (priester) & Khan (keizer)

De Cabal is altijd een combinatie geweest van Priesters (Kabbalah, Kerk) en Vorsten (Prinsen, Principe: eerste erfgenamen). Of zoals Albert Pike zegt in Morals and Dogma over het verband tussen de Royalty en de Magi, die we hierna leren kennen:

Tradition also gives these Magi the title of “Kings;” because initiation into Magism constitutes a genuine royalty; and because the grand art of the Magi is styled by all the Adepts, “The Royal Art,” or the Holy Realm or Empire, Sanctum Regnum.

Hiermee wordt een cirkel rond, omdat ‘royal‘ komt van ‘royaal’ (vorstelijk en heerlijk) en ‘regaal‘. De regalen waren de vorstelijke voorrechten en voorschriften waarmee de regering kon regeren, die later zijn vertaald als ‘regels’ die top-down werden opgelegd vanuit de hoogste macht en tot de Rules-based Order hebben geleid. Daarnaast hebben vorsten, ridderordes en inwijdingsgenootschappen allemaal ‘regalia‘, voorwerpen die bedoeld zijn voor hun rituelen en inwijdingen.

Het is de grote vraag wie nu eigenlijk werkelijk de macht had in de Horde. Vaak wordt de nadruk gelegd op de Khan of Khagan (Ka-Khan = Groot-Khan), wat we nu ‘keizer’ zouden noemen. ‘Khan’ komt van ‘Kan’ en ‘Kin’, net als ‘Koning’. Daarnaast is er een interessante overeenkomst tussen ‘Khazar’, ‘Caesar‘ (‘khan-tsar’?) en ‘Tsaar‘, die allemaal hetzelfde betekenen en afstammen van ‘Sar’, wat zoveel betekent als ‘Koning te paard’, wat terugkomt in de naam ‘Sarmaten’. In het Hebreeuws betekent het woord שָׂר (śar) ‘prins’ en ‘heerser’. De zoon van Genghis Khan heette ook Qasar (Khan-Sar?), net als een bekend episch verhaal uit Tibet en centraal Azië over Gesar of Kesar25. Daarnaast heb je de Khazaren en de rijdende Hongaren heetten de Huzaren.

De echte macht van de Khan is echter twijfelachtig. Achter de troon was bijna zonder uitzondering een sjamanistische hogepriester aanwezig, die via waarzegging en adviezen de besluiten in zijn richting duwde en de keizer influisterde aan het hof. Deze hogepriester heette in Perzië en in het Zoroastrisme de ‘Magus’ of ‘Magí‘. De Magi aanbaden, net als een groot aantal andere volkeren in de oudheid, vuur boven alle andere elementen en krachten van de natuur. ‘Zoroaster’ komt dan ook van Surya-ishtara wat ‘zon/vuuraanbidder’ betekent.

De parallel tussen Magi of Avestisch Mogu met het woord Mogul, wat in het Engels wordt gebruikt voor ‘Magnaat‘ (zelfde wortel), is ook niet toevallig. Mogul betekent: “machtig persoon”, van Groot Mogul, de gebruikelijke benaming onder Europeanen voor de Mongoolse keizer van India van het Mogolrijk of Mogulrijk, een rijk in Zuid-Azië dat tussen 1526 en 1858 door de islamitische Mogoldynastie werd geregeerd. Mogul komt van Perzisch en Arabisch mughal, mughul, een aanpassing van ‘Mongools‘.

Het Sanskriet woord voor magiër, maga, dat is ontleend aan het Oud Perzisch, wordt uit het Sanskriet vertaald als “een priester van de zon”. De parallel met ‘Mogul’ (magnaat) Donald Trump en zijn Make America Great Again (MAGA) campagne is wellicht té ver gezocht? Wie zal het zeggen.

Nu wordt het nog interessanter, want het woord ‘Genghis’ betekent ‘Groot’, net als bijvoorbeeld bij Karel de Grote, die in het Latijn ‘Carolus Magnus’ heette. Ook ‘Magnus‘ komt van dezelfde woordwortel. Of Karel de Grote zelf van een ruiterhorde afstamde of zichzelf daaraan spiegelde is nog een raadsel. Daarmee komt het esoterische ‘Magnum Opus’ in een ander daglicht te staan: het is dus het Magische ‘Grootse Werk’.


Een klein uitstapje richting China maakt dit verhaal nóg interessanter. Wu26 is een Chinese term die wordt vertaalt als “sjamaan” of “sorcerer”. Wū zou een leenwoord zijn van het Iraanse ‘magus’ of ‘tovenaar’ (Oud Perzisch maguš, Avestisch mogu), wat een ‘bekwaam iemand’ of ‘specialist in ritueel’ betekent, net als ‘Minister’ overigens (‘dienaar van sacramenten’). De meeste autoriteiten, zowel oude als moderne, beweren dat het vrijwel onmogelijk was om de noodzakelijke staatsrituelen uit te voeren zonder de hulp van de Magi.

Victor H. Mair27 levert archeologisch en taalkundig bewijs dat Chinees wū of “sjamaan, heks, tovenaar, magiër” een leenwoord was van Oud Perzisch maguš (“magiër; magus”). Mair verbindt het bronzen schriftteken voor wū met het “krukkenkruis” symbool gevonden in Neolithisch West-Azië, wat de uitleen van zowel het symbool als het woord suggereert.

Zo’n ‘krukkenkruis’28 is vooral door de kruistochten bekend geworden. Er bestaat een variant die men het jeruzalemkruis noemt, waarin in iedere hoek nog een kruis aangebracht is. Dit wapen is in 1100 door paus Paschalis II aan de nieuwe kruisvaardersstaat Jeruzalem geschonken. Dit soort gelijkbenige ‘Griekse’ kruizen, zoals het Teutonisch kruis, zijn nog altijd de basis van de oude Ridderordes (lees: Ruiterhordes) en hun onderscheidingen, die gedragen worden als talisman (‘voltooid ritueel‘) en op allerlei occulte zegels (zoals het Kabbalistische Zegel van Solomon). De oorsprong hiervan zou hiermee niet westers, maar oosters (van de Oriënt) zijn. De overeenkomsten met de Boeddhistische Mandala zijn ook niet te ontkennen.

De kans is groter dat Magi-Khan een gecombineerde functie was in de zin van ‘Aristos’ (waarbij zelfs parallellen worden getrokken met ‘Arisch’), de ‘filosoof-koning’, die ook in het oude Athene als hoogste en beste macht werd gezien. Het is de combinatie van een priester en vorst ineen, die meestal gescheiden was, zoals de historische onderlinge afhankelijkheid paus & keizer.

De aristocratie regeert al eeuwenlang op basis van erfrecht door bloedlijnen. Zoals nu Koning Charles zowel het hoofd is van de Commonwealth áls van de Anglicaanse kerk. Iets soortgelijks gaat op voor de joodse naam ‘Cohen’, een familielijn waarvan wordt beweerd dat deze teruggaat op Aäron die de eerste hogepriester in de tabernakel was. Cohen of Kohen is onmiskenbaar gelijkend aan ‘Khan’. Ook de link met de semitische ‘Kanaänieten’ uit het land van Kanaän lijkt logisch in dit verband en verklaart wellicht ook de mythische betekenis van het land Israel, dat grotendeels overeenkomt met Kanaän.

Eigenschap G: De Magie van de Magí

De papaverplant staat onder andere symbool voor slaap, dood, vruchtbaarheid, vergetelheid, verbeelding en zelfs wedergeboorte. Volgens Karl Marx is religie ‘opium voor het volk‘, deze uitspraak komt door al het voorgaande in een nieuw daglicht te staan. Zoals gezegd waren de ruiterhordes religieus zeer tolerant. Ze stonden toe dat de onderworpen volkeren hun eigen geloven en gebruiken konden behouden, zodat ze zo min mogelijk weerstand zouden bieden tegen de overheersers.

Mogelijk hadden de Magi de naam die ze kregen omdat men dacht dat ze algemene spirituele of occulte krachten bezaten. De Indo-Europese stam van Oud Perzisch ‘magus’ is ‘magh-‘. Dit betekent ‘in staat zijn, macht hebben’. ‘Machtig‘ en ‘Mighty’ zijn afgeleiden van dezelfde wortel, net als ‘Majesteit’ en ‘Majestueus’, ‘Mogen’ en dus ook ‘Vermogen’. De oude Chinese wortel betekent bovendien ook ‘Martial’ of ‘krijgshaftig’, wat weer samenhangt met de militaire oorsprong van de Horde.

Mair27 zegt over dergelijke connecties:

Het Oud Perzische woord ‘Magus’ heeft blijkbaar ook zijn weg gevonden naar Semitische talen, getuige het Talmoedisch Hebreeuwse ‘magosh’ en Aramese ‘amgusha’ (‘magiër’) en het Chaldeeuwse ‘maghdim’ (‘wijsheid en filosofie’). Vanaf de eerste eeuw waren de Syrische ‘magusai’ berucht als magiërs en waarzeggers.

Ook de Zigeuners staan natuurlijk bekend om hun waarzeggerij en toekomstvoorspelling, iets wat zij in eigen kring absoluut niet doen, maar enkel voor de ‘Gaje’. Mair beschrijft dan ook dat er twee typen ‘Magi’ waren, de ‘vrije versie’ en de ‘versie aan het hof’:

In de eerste plaats was de sjamaan (‘hij die weet’ – Šamán) de belangrijkste vertegenwoordiger van een specifiek type religieus systeem dat werd beoefend door Siberische en Oeral-Altaïsche volken. Misschien wel het meest karakteristieke kenmerk van deze traditie was de extatische trancevlucht van de sjamaan naar de hemel tijdens initiaties en andere rituelen. De sjamaan diende ook de gemeenschap als geheel door de dolende zielen van zieke mensen terug te halen en de geesten van de doden naar de andere wereld te begeleiden.

Dit in tegenstelling tot de magus die nauw verbonden was met de hoven van verschillende heersers en voornamelijk verantwoordelijk waren voor waarzeggerij, astrologie, gebed en genezing met medicijnen.

Veel van de eerder geschetste onderzoekslijnen komen samen in de tarot. In de 19e eeuw werd de tarot beschouwd als een ‘Bijbel der Bijbels’, een esoterische schatkamer van alle belangrijke waarheden over de schepping. Deze trend werd ingezet door de prominente vrijmetselaar en protestantse geestelijke Antoine Court de Gébelin, die suggereerde dat de tarot een oude Egyptische oorsprong had en een mystieke, goddelijke en kabbalistische betekenis. Een tijdgenoot van hem, de Fayolle, suggereerde dat de tarot verband hield met het Romani-volk (dus ‘Egyptische gypsies’) en in feite het gedrukte boek van Hermes Trismegistus (wat ‘Drie Magisters‘ betekent) was, één van de beroemdste magi.

Veel Griekse en Latijnse bronnen bevestigen dat de Magi volgelingen van Zarathustra waren of zelfs dat Zarathustra zelf een Magus was. De term hangt direct samen met ‘Magie‘, maar ook met ‘Magyar‘, het inheemse woord voor Hongarije en de Hongaren. De ‘wijzen uit het oosten’ van de bijbel heten in de oorspronkelijke vertalingen eveneens ‘Magi’.

Magic is the science of the Ancient Magi: and the Christian religion, which has imposed silence on the lying oracles, and put an end to the prestiges of the false Gods, itself reveres those Magi who came from the East, guided by a Star, to adore the Saviour of the world in His cradle.

Er zijn overigens meer termen voor deze priesters, denk aan de ‘Druïden’ (bij de Kelten), ‘Sjamanen’ of ‘Brahmanen’, die nog altijd de hoogste kaste bevolken in India. Zo komt het woord ‘Mahatma’ van ‘Maha-Atma’, wat ongeveer ‘Magi van de Adem’ (denk aan ziel/geest/zelf) betekent. Net zoals de ‘Maharadja’ een ‘Magi-Raj’ is: een vorstelijk magiër. Ook bijbelse hogepriesters als Melchizedek (Magi Zadok of een connectie met de Magi ‘Melchior’?) of Zadok (waarschijnlijk dezelfde) worden als Magus beschreven en zelfs door Theosofe Alice Bailey aan de top van de geestelijke hiërarchie geplaatst, boven Jezus en (nota bene) Lucifer31. Albert Pike zegt over Zadok:

Tsadok or Sydyc was the Supreme God in Phoenicia. His Seven Sons were probably the Seven Cabiri; and he was the Heptaktis, the God of Seven Rays.

We laten Albert Pike nog eens aan het woord, waarbij vooral de overeenkomst tussen de Keltische god Toutatis (bekend van Asterix) en de Fenicische god Tahuti of Taautus (in de Sanchuniathon32) of Egyptische Thoth (Hermes / Mercurius / Odin / Wodan, de vader van de eerder genoemde Tengri/Donar/Thor) heel opmerkelijk is, want daarmee ontstaat een overeenkomst tussen de heidense ‘Germaanse’ religies, Egypte, Midden-Oosten (Fenicië & Venetië) en de Hordes, die we vervolgens ‘terug’ kunnen traceren van west naar oost. Het is zeer waarschijnlijk dat de Teutoonse Orde dezelfde wortel heeft, waarvan de woorden ‘Duits’ en ‘Dutch’ zijn afgeleid, wat dus teruggaat op Thoth en de Hermetische leer.

The first Druids were the true children of the Magi, and their initiation came from Egypt and Chaldaea, that is to say, from the pure sources of the primitive Kabalah. They adored the Trinity under the names of Isis or Hesus, the Supreme Harmony; of Belerl or Bel (Baäl), which in Assyrian means Lord, a name corresponding to that of ADONAI; and of Camul or Camael, a name that in the Kabalah personifies the Divine Justice. Below this triangle of Light they supposed a divine reflection, also composed of three personified rays: first, Teutates or Teuth, the same as the Thoth of the Egyptians, the Word, or the Intelligence formulated; then Force and Beauty, whose names varied like their emblems.

The Druidical ceremonies undoubtedly came from India; and the Druids were originally Buddhists. The word Druid, like the word Magi, signifies wise or learned men; and they were at once philosophers, magistrates, and divines. There was a surprising uniformity in the Temples, Priests, doctrines, and worship of the Persian Magi and British Druids.

The Magi of Babylon were expounders of figurative writings, interpreters of nature, and of dreams,—astronomers and divines; and from their influences arose among the Jews, after their rescue from captivity, a number of sects, and a new exposition, the mystical interpretation, with all its wild fancies and infinite caprices. The Aions of the Gnostics, the Ideas of Plato, the Angels of the Jews, and the Demons of the Greeks, all correspond to the Ferouers of Zoroaster.

Een laatste geestelijke parallel is die met de befaamde ‘witte broederschap’ en het mythische oord ‘Shamballa‘, wat wordt gelokaliseerd in de Gobi woestijn. Er zijn zeer interessante geschriften over te vinden, waarvan Theodore Illion een heel interessant verslag heeft gedaan. In Darkness over Tibet (1938)33 vertelde Illion over zijn vermeende ontdekking van een ondergrondse stad die onderdak bood aan een gemeenschap van hoog ingewijde wezens die bestuurd werden door een tovenaar en zich bezighielden met zwarte magie en kannibalisme. Dit boek is niet het enige in deze reeks. Ook Alexandra David-Neel34 heeft uitgebreid verslag gedaan van haar belevenissen in Tibet met Sjamanen en hun vreemde occulte rituelen om zielen uit de dood te doen herrijzen om vervolgens als slaven voor de sjamaan te worden ingezet.

We hebben in het westen een verwrongen beeld van het Boeddhisme, waarbij we denken aan kaalgeschoren monniken die de hele dag mediteren en stilte retraites doen en vrij atheïstisch zijn. Maar iedereen die wat langer in een Boeddhistisch land heeft doorgebracht weet dat het diep bijgelovige mensen zijn, die hun taxi’s en bussen vol hebben met beelden, amuletten en hun huid tatoeëren met ‘zegels’ om zich te beschermen tegen de ‘demonen’ die hen zouden kunnen overnemen.

En die angst is niet geheel onterecht, als je doorkrijgt tot de waanzinnige daden waartoe de sjamanen en Magi in staat blijken te zijn. De Sjamanen vormen volgens Blavatsky overigens een boeddhistische priesterorde van de Siberische Tartaren, maar zijn veel minder ontwikkeld dan de Magi of de Dalai Lama die, net als (de opvolgers van) Petrus of de Paus een ‘Hierophant’ is die de mysteriën kent en de taak heeft deze te openbaren aan ingewijden: een ‘brugfunctie’ (pontiff) tussen hemel en aarde.

Als de eerder genoemde Alice Bailey of andere Theosofen rond de ‘Witte broederschap’ spreken over de ‘Ascended Masters‘, moet je dus eigenlijk ‘Magisters’ of ‘Magi’ lezen. Het zijn dus ‘opgestegen magiërs’ in de astrale sferen. Ongeacht of zij hun magie beoefenen vanuit een kwade of goede ‘bedoeling’ of ze nu tot de ‘lichte’ of ‘duistere’ kant behoren: door magie te beoefenen, probeer je de wereld naar je hand te zetten. Het zijn juist deze ‘verheven’ en ‘verlichte’ figuren die de kern van de heilige priesterklasse vormen en tevens een groot gevaar voor een gemeenschapsdemocratie.

En wat kenmerkt deze priesterklasse? Hun celibaat. Het woord maagd heeft dan ook een sterke overeenkomst met ‘Magi’ en is een afleiding van de stam *mag- die ook zit in magu of maga, wat ‘jongen’ betekent en in het keltisch zelfs magus, Gallisch/Waals in de persoonsnaam Magu-rix en Oudiers macc, wat ‘zoon van’ betekent. Vandaar alle namen die met ‘Mac’ beginnen, die dus niet enkel verwijzen naar hun vader, maar ook naar de Magus. Wat het nóg interessanter maakt is dat de geruite stof van de Schotse kilt ‘Tartan’ heet, van het Franse tartaryn, gespeld als tartyn, met de betekenis ‘Tartaarse stof35.

De betekenis van ‘Maagd’ als ‘vrouw die nooit geslachtsgemeenschap heeft gehad’ is pas later hieraan toegevoegd, maar was eerst voorbehouden aan maagdelijke jongens, die dus geschikt waren om toe te treden tot de priesterklasse, wat veel gebeurde met de oudstgeboren zonen.

Een overzicht van woorden die van ‘Magi’ komen:
Magister / meester / master
Majesteit / majestueus
Magie / Magiër / Magisch
Mahatma
Macht / Mighty – Mogen/Vermogen
Magnaat / Mogul
Magnus (groot) / Magnum / mogelijk ook Mega
Magyar (Hongaren)
Mago / mêkōn (Papaver)
Maagd (maar dan de mannelijke versie)

Of het nu de Khan of de Magi was die het stuur in handen had, feit is dat deze ‘maatschappij’ zeer sterk hiërarchisch was georganiseerd en militair georiënteerd. Een verschijnsel wat tot op de dag van vandaag te zien is in de oorlogstaal van de staten en het heilig geloof in het ideaal van het machtsmonopolie: Monocratie.

Eigenschap H: De koloniserende Horde en opium

Een laatste, wellicht wat vreemd lijntje met de Magí en de Horde is de connectie met de papaver, de klaproos, die de grondstof (het melksap) levert voor allerlei verdovende middelen, zoals opium, morfine en heroïne. Het Oudgriekse woord voor papaver of de ‘poppy’ is μῆκων (uitgesproken als mêkōn). Het etymologische woordenboek van het Grieks36 toont dat dit woord direct is verbonden met het Slavische en Germaanse woord ‘Mako’, ‘Maho’ of Mago. Dit lijkt wellicht vergezocht, maar het is helemaal niet vreemd als het in een groter verband wordt gezien:

  • De grote koloniale machten worden voorgesteld als onschuldige ‘specerijhandelaars’, maar wie daar iets dieper induikt, komt snel tot de conclusie dat opium (de voorloper en moeder van alle moderne ‘drugs’) de belangrijkste handel vormde. De opbrengsten stegen van £200.000 in de 18e eeuw naar meer dan £10 miljoen in de 19e eeuw — een enorme bron van koloniale inkomsten.
  • De opium werd daarbij gebruikt om koloniën te onderwerpen of onder de duim te houden. Deze handelsmaatschappijen, zoals de VOC of de West India Company, vormen nog altijd de basis van onze moderne ‘maatschappij’. Net zoals opium de basis vormt voor de moderne farmaceutische industrie en de vele narcostaten, met Nederland als grote speler.
  • De opiumoorlogen van het Britse Rijk hebben het Chinese Rijk op de knieën gedwongen, waarna zij de Europese ‘Ridderordes’ naar China hebben gebracht. Tot op de dag van vandaag is China de facto een Britse ‘Dominion’.
  • Voor het Britse koningshuis is de ‘Poppy‘ een belangrijk symbool, dat aan de gevallen soldaten wordt gekoppeld, maar vermoedelijk een diepere militaire betekenis heeft en wordt gebruikt om steun voor het Britse leger te verhogen. Daarnaast werd dit symbool al gebruikt tijdens de ‘Glorious Revolution’ door Willem III, waarmee hij soeverein vorst van Groot-Brittanië werd.
  • De oorlog in Afghanistan draaide in zeer grote mate om de opiumproductie. Afghanistan was tot 2023 de wereldleider op de wereldmarkt. De Taliban heeft deze productie echter grotendeels verboden of zeer sterk gereguleerd, waardoor Myanmar (Birma) nu de koppositie heeft overgenomen. Papaverproductie is sterk verbonden met geopolitiek, armoede en illegale handel. Net zoals de farmaceutische industrie daar in het algemeen mee verbonden kan worden.
  • Als landen of gebieden worden onderworpen aan een groter imperium, betekende dit vaak ook een religieuze onderwerping en de invoering van één van de grote wereldreligies als staatsreligie.

Ons westers schuldgevoel rondom de koloniale tijd heeft ons ervan overtuigd dat ‘wij’ in Europa ‘fout’ waren. En dat is zeker niet onterecht, er is ontzettend veel leed veroorzaakt. Maar wat daarbij vaak wordt vergeten te vertellen is dat Europa eerst zélf is gekoloniseerd. Wat met de Amerikaanse indianenstammen is gebeurd hebben onze voorouders ook meegemaakt.

De kolonisatie van Europa was daarmee wellicht de eerste golf van oost naar west. En de kolonisatie is vervolgens ook in die richting doorgezet, de oceaan over. En gek genoeg ook weer oostwaarts richting allerlei Aziatische landen. Daarbij is het model van de bureaucratie waarschijnlijk via de Zijderoutes meegenomen uit China, dat zelf beweert al zo’n 5000 jaar een bureaucratie te hebben, die door de ruiterhordes mogelijk richting het westen is geëxporteerd.

Want zowel het paard, het nomadenbestaan, de hemelgoden als de patriarchaal-militaire hiërarchie waren totaal wezensvreemd voor de matrifocaal (vanuit de moeders gezien, niet ‘matriarchaal’) georganiseerde Europese, sedentaire (op één plek vertoevende) volkeren. De ‘kolonistengeest’ is ons niet eigen, maar is ons opgedrongen. We kunnen onszelf uiteraard wel kwalijk nemen er geen of onvoldoende weerstand tegen te hebben geboden.

Deze andere, meer volledige uitleg van de geschiedenis kan wellicht helpen om een ander beeld te schetsen van onze oorspronkelijke cultuur en helpt om afstand te nemen van de moderne variant die ons niet ‘eigen’ is, maar is opgedrongen. Enerzijds door de directe dreiging en overname door de Hordes, anderzijds door de indirecte overname van de Horde-mentaliteit om onszelf ertegen te beschermen. Het is mogelijk de belangrijkste reden waarom de burchten zo belangrijk waren in het verleden en het een voorrecht was om beschermd burger te zijn.

Daarmee wordt nieuw licht geschenen op de rol van de Katholieke Kerk en andere grote religies in het bestrijden van de ‘barbaren’, ‘heidenen’, ‘paganisten’ en ‘satanisten’, omdat deze termen stuk voor stuk niet wijzen op ‘ongelovigen’ (zij die geen ‘geloften’ hebben afgelegd), maar op volkeren van buitenaf, van de ‘heide’ (of steppe?), het ‘buitengebied’ (pagus) en ‘barbaar’ was een term die de oude Grieken gebruikten voor niet-staatsburgers en niet-landbouwers.

Het is in het Byzantijnse Rijk waar de nieuwe term ‘zigeuner’ wordt gekoppeld aan ‘magie’ en ‘hekserij’ (‘heks’ ging waarschijnlijk niet over ‘oude moeders’, maar over de eerder genoemde ‘waarzegsters’!), waardoor het eerste stereotype beeld van de Egyptenaar ontstaat. Er is in onze tijd een grote wederopleving van dit ‘heidendom’, terwijl het ernstig de vraag is of de oude Europeanen zo bijgelovig waren en überhaupt wel ‘goden aanbeden’. De kans is groter dat dit bijgeloof is geïmporteerd door de rovende Hordes.

Wellicht kan dit artikel helpen om het Mono-wereldbeeld beter te begrijpen. Het toont ook de dominante patriarchale tendens van bijna alle culturen over de wereld rond lucht en vuur en de onderwerping van het vrouwelijke, aardse. En de dominantie van het hiërarchische systeem, dat helemaal niet natuurlijk is voor volkeren die in en met de natuur leven. De overeenkomsten tussen de oude ruiterhordes en de huidige wereldorde zijn opzienbarend.

Extra: Eén Euraziatisch wereldrijk?

Na het schrijven van dit artikel werd ik gewezen op het nogal omstreden werk van een Russische schrijver, genaamd Anatoly Fomenko37, die een totaal andere chronologie (New Chronology38) erop nahoudt, dus een andere jaartelling. Daarin is hij niet de enige, vele anderen zijn hem daarin voorgegaan. Hij meent dat de jaartelling veel minder uitgestrekt is dan wij denken en het overgrote deel van de antieke geschiedenis van de Grieken en Romeinen slechts een paar honderd jaar oud is of zelfs grotendeels verzonnen om de geschiedenis van de Russische Horde te verdoezelen.

Volgens Fomenko bestond er tot ongeveer het jaar 1500 één aaneengesloten Euraziatisch Wereldrijk dat onder aanvoering van de Russische Horde stond, waarbij de nomadische ruiterhordes werden ingezet in militaire missies voor ordehandhaving en de ‘vrede’ (Pax Mongolica) te bewaren of om opstandige volkeren onder de duim te houden. Volgens hem werden de joden én de zigeuners ingezet om het rijk rond te reizen en belastingen te innen, die zij vervolgens opsloegen in de vele burchten die Europa rijk is. Er was een enorm netwerk van belastinginning én bijbehorende intelligentiediensten.

Áls zijn hypothese klopt, en volgens mij heeft hij wel behoorlijk last van ‘confirmation bias’ om zijn hypotheses te bevestigen met eindeloze betwistbare details, dan zou dit enorm veel verklaren. Zo beweert hij ook dat rond het jaar 1500 de Horde was gevallen, omdat men het hele belastingstelsel en de heerschappij op grote afstand niet meer pikte en de toenmalige Horde-Aristocratie (de ridderordes), die de gouverneurs van de Horde vormden en de governments in Europa leidden, besloot om de troon te veroveren, met het Huis Romanov aan het hoofd.

Dit is geen vreemde hypothese en verdient verder onderzoek. Dit zou betekenen dat de ruiterhordes dus slechts de militaire tak waren van het Verenigde Euraziatische Rijk en werden ingezet door de hoogste macht om de ‘(h)orde’ te bewaren. Dit sluit aan bij wat we weten over de tegenstander van het Rode Leger van de Bolsjewieken, het Witte leger, wat bestond uit de oude adel die trouw waren aan het Huis Romanov (die meerdere leden van het Huis Oranje-Nassau hebben geleverd), samen met de Kozakken, een ruiterhorde. Dit zou dan een relikwie zijn geweest uit een verder verleden.

Het zou eveneens verklaren waarom de oude Europese Dynastieën allemaal familie van elkaar zijn. De Romanovs, Windsor (Sakse-Coburg & Gotha), Bourbon, Oranje-Nassau, Hohenzollern, enzovoort, die veelal volle neven en nichten van elkaar waren en onderling de ‘staten’ verdeelden door huwelijken te sluiten tussen de families en zo de ‘bruidschat’ in eigen handen te houden. Vanuit de hypothese van het uiteenvallen van het Verenigde Euraziatische Rijk hebben zij dit echter niet stapje voor stapje opgebouwd, maar hebben zij de troon van dat wereldrijk ‘veroverd’, waarbij zij daarna de geschiedenis zijn gaan herschrijven om hun troon en regering te rechtvaardigen.

Daarnaast kan ook worden gesteld dat er tevens één wereldreligie bestond: het Tengrisme/Hermeticisme. Door het uiteenvallen van dit wereldrijk, ergens tussen 1200 en 1500, is deze ene wereldreligie eveneens uiteen gevallen in meerdere ‘facties’ of partijen: het jodendom, het christendom en de Islam. Eventueel zou je zelfs het Hindoeïsme erbij kunnen trekken (de verhalen van Krishna en Christus kennen veel overeenkomsten). Deze hypothese verklaart daarmee de enorme overeenkomsten tussen alle wereldreligies en eenvormige, militair-hiërarchische staatsvormen die uit de Horde zijn voortgekomen.

Fomenko haalt ook zijn voorganger Morozov aan, die klaarblijkelijk tot veel van dezelfde etymologische conclusies is gekomen als ondergetekende. Dit is echter pas aan het licht gekomen ná het opschrijven hiervan:

N.A. Morozov cites a number of phonetic parallels between different words in order to validate his theory of the Russian culture’s West European crusader roots – the one we expose as erroneous. For example:
Vatican = Vati-Kan = Priest’s House (in Hebrew).
Horde (Orda) = order (cf. also the Latin ordo).
Khazars = Hussars (who are known to have been present in the Hungarian army).
Czar = Sar (Hebrew).
The Tartars = “The Infernal Ones” in Greek; also possibly a reference to the Hungarian Tatra Mountain range.
Mongol = Megalion = “Great” (in Greek).
39

Of het klopt? Dat zal onderwerp van onderzoek zijn voor de nabije toekomst. Interessant is het zeker! Er zijn al veel mensen in de complothoek die het oude wereldrijk van ‘Tartarië’40 aan het onderzoeken zijn, maar daarbij denken dat dit beter is dan wat we nu hebben, mede omdat deze alternatieve geschiedschrijving wordt gebruikt om weer ándere heersers in het zadel te helpen en houden. Zo zien we dat eigenlijk geen enkele geschiedschrijving neutraal kan zijn, maar steeds een bril is om door te kijken.

Deze hypothese zou ook verklaren waarom ‘mongool’ zo’n negatieve bijklank heeft, net zoals de joden en zigeuners al eeuwen overal de schuld van krijgen. Daarbij is het ironisch dat zij ooit werden gezien zoals de Nazi’s nu, die na de tweede wereldoorlog óók als daders werden gezien van alles wat slecht en ellendig was. En de overwinnaars (toen de Katholieke kerk en de Ridderordes van Europa, na WO2 de geallieerden) zetten alles op alles om de oude overheersers in een kwaad daglicht te stellen, wat uiteraard niet onterecht is.

Maar wat de belangrijkste boodschap is om hieruit mee te nemen: de wereld(h)orde is geen natuurlijk verschijnsel, maar kunstmatig tot stand gebracht met geweld. Alles wat hieruit voort is gekomen draagt dezelfde bedoeling en lading. Als we een betere wereld willen, kunnen we ons niet beroepen op de instellingen en instituties die hieruit zijn voortgekomen, maar zullen we er een alternatief voor moeten bedenken, dat beter bij onze natuur past, zonder dat we de Horde nog langer hoeven te bestrijden. Want die militaire krachttaal kennen we inmiddels wel.

Europese stammen gingen daar bovendien heel anders mee om, die hesen hun leiders niet óp het schild na de strijd, maar trokken deze er juist af, door hem een tijd voor gek te zetten. Meestal deden ze dat een aantal keren langer dan hij mocht heersen, want het valt niet mee om zo iemand weer met beide benen op de grond te krijgen. Van nature organiseren mensen zich namelijk niet hiërarchisch en met geweld. Dat is precies waar ‘cocratie’ over gaat.


Geraadpleegde literatuur en voetnoten

  • Marija Gimbutas – The civilization of the Goddess
  • Herodotus – Historiën
  • Peter Frankopan – De Zijderoutes
  • William Woodville Rockhill – The Journey of William of Rubruck to the Eastern Parts of the World
  • Marie Favereau – The Horde, how the Mongols changed the world
  • René Grousset – The Empire of the Steppes, A History of Central Asia
  • Arthur Koestler – The thirteenth Tribe
  • Geheime Geschiedenis van de Mongolen
  • Het Oera Linda boek
  • Jan Yoors – The Gypsies
  1. Ancient DNA Reveals the Surprising Origins of Attila’s Huns. Genetics Point to an Ancient Mongolian Empire ↩︎
  2. Marija Gimbutas – The Kurgan culture ↩︎
  3. //nl.wikipedia.org/wiki/Felipe_VI_van_Spanje ↩︎
  4. //en.wikipedia.org/wiki/List_of_Egyptian_obelisks ↩︎
  5. IG Farben – Wikipedia ↩︎
  6. Jewish–Romani relations – Wikipedia ↩︎
  7. Jan Yoors – The Gypsies ↩︎
  8. Albert Pike – Morals and Dogma ↩︎
  9. Slave-making ant – Wikipedia ↩︎
  10. МУРАД АДЖИ. Официальный сайт. | Книги – Adji Murad. Asia’s Europa. Volume 1 (Europe, Turkic, the Great Steppe) Аджи Мурад. Азиатская Европа. ↩︎
  11. Thor – Wikipedia ↩︎
  12. Herodotos – Historiën ↩︎
  13. Helena Blavatsky – The Secret Doctrine ↩︎
  14. Median kingdom – Wikipedia ↩︎
  15. Orde van het Gulden Vlies – Wikipedia ↩︎
  16. Astrological age – Wikipedia ↩︎
  17. Alexis de Tocqueville: Democratie in Amerika, Het ancien regime en de revolutie ↩︎
  18. Pastorale samenleving – Wikipedia ↩︎
  19. Court Jew – Wikipedia ↩︎
  20. Balfour Declaration – Wikipedia ↩︎
  21. Winston Churchill – Zionism versus Bolshevism – Wikisource, the free online library ↩︎
  22. (PDF) The British Royal Family’s Circumcision Tradition: Genesis and Evolution of a Contemporary Legend ↩︎
  23. Jewish aristocracy – Wikipedia ↩︎
  24. Guelphs and Ghibellines – Wikipedia ↩︎
  25. Epic of King Gesar – Wikipedia ↩︎
  26. Wu (shaman) – Wikipedia / Chinese shamanism – Wikipedia ↩︎
  27. Victor H. Mair (1990), Old Sinitic *Mᵞag, Old Persian Maguš, and English “Magician” ↩︎
  28. Cross potent – Wikipedia ↩︎
  29. 士 – Wiktionary, the free dictionary ↩︎
  30. Victor H. Mair (1990), Old Sinitic *Mᵞag, Old Persian Maguš, and English “Magician” ↩︎
  31. Alice Bailey – The externalisation of the hierarchy ↩︎
  32. Sanchuniathon – Wikipedia ↩︎
  33. Theodore Illion (1938) – Darkness over Tibet ↩︎
  34. Alexandra David-Neel – Mystiek en Magie in Tibet ↩︎
  35. ‘tartan’ on etymonline ↩︎
  36. Robert Beekes (2010). Etymological Dictionary of Greek ↩︎
  37. Anatoly Fomenko – Wikipedia ↩︎
  38. New chronology (Fomenko) – Wikipedia ↩︎
  39. Fomenko, N. A. Morozov’s manuscript on Russian history ↩︎
  40. Tartarian Empire – Wikipedia ↩︎