Voor wie het nog niet wist: de tijd van de natiestaat loopt op de laatste benen. De staten die elkaar eeuwenlang de koppen hebben ingeslagen willen zich nu schijnbaar ‘verenigen’, ‘eenworden’ op continentaal niveau (in unies) en daarna waarschijnlijk tot één wereldorde. De grootste geruchten gaan hierover rond, met name welke kwade óf goede bedoelingen erachter zouden zitten.
Dus laten we het eens ontleden om de eigenlijke agenda te achterhalen, die veel meer banaal en tegelijk idealistisch is dan je geneigd zou zijn te denken. Er gaan daarbij nogal wat termen rond, zoals ‘Liberal International Order’, ‘Rules-Based Order’ of ‘New World Order’. Dit artikel is bedoeld om uit te vinden waar die termen vandaan komen, wat zij met elkaar gemeen hebben en waar ze uiteindelijk allemaal op doelen.
Inhoud:
‘New World Order’ gaat over de ‘New World’
Er wordt nog steeds veel gesproken en geschreven over de New World Order, een term die voor de oorlog is ontstaan bij Theosofen als Alice Bailey 1, schrijvers als H.G. Wells2 en later ook in speech van George Bush Sr uit 19903:
“Out of these troubled times, our fifth objective — a new world order — can emerge… a world where the rule of law, not the law of the jungle, governs the conduct of nations.”
De laatste Sovjetleider Gorbatsjov gebruikte deze term ook al in een speech aan de VN in 19884, alsof hij zinspeelde op het feit dat Amerika de wereld zou gaan leiden:
“Further world progress is now possible only through the search for a consensus of all mankind, in movement toward a new world order. “
Want, wat belangrijk is om te weten is dat deze term New World Order, ook veelvuldig gebruikt door Henry Kissinger, specifiek heeft te maken met “The New World”, wat dus refereert aan Amerika, dat zo werd genoemd in de tijd van Columbus. De vele Europeanen die naar Amerika emigreerden gebruikten deze term eveneens. The old world verwijst daarbij naar Europa, maar zelfs naar de wereld daarvoor, van de Romeinen, Grieken, Egyptenaren en steeds verder oostwaarts, vermoedelijk tot het begin van de Zijderoute in Mongolië/China. Zo wordt, met de grote oversteek over de Atlantische oceaan, langzaam maar zeker de cirkel rondgemaakt. De wereld rond.
Na de twee wereldoorlogen was het Britse Rijk, the empire where the sun never sets, niet meer wat het ooit was en er ontstond een behoefte aan een nieuwe wereldleider. Een natie die de kar kon trekken en wiens leiderschap buiten kijf stond. Dit werden de Verenigde Staten. Manly P. Hall, bekend occult schrijver, schreef in “The Secret Destiny of America”5 dat Amerika een rol te vervullen heeft in het leiden van de wereld. Uit Amerika komt dan ook het idee van de League of Nations, de voorloper van de VN, die niet voor niets het hoofdkantoor (gefinancierd door de Rockefeller familie) in New York heeft, het nieuwe York (dat ooit hoofdstad van Engeland was), The Empire State.
Dit wereldleiderschap was echter wel in combinatie met de oude wereldleider, het Verenigd Koninkrijk, want stiekem vindt de UK nog altijd dat de onafhankelijkheid van de VS een vergissing was. Ze denken nog altijd dat zij deze vergissing terug zullen draaien en wederom onderdeel worden van de Commonwealth, zoals Canada, Nieuw-Zeeland en Australië nog altijd zijn. De Five Eyes6, de samenwerking van al deze landen op het gebied van intelligence (geen ‘intelligentie’, maar ‘inlichtingen’), is veelzeggend. Ze geloven dus meer in een hereniging dan een vereniging. Churchill zelf sprak dan ook van “The World Organization”7.
De Verenigde Staten (van Amerika) zijn dan ook gevormd naar het model van het Verenigd Koninkrijk. En de EU is weer gevormd naar hetzelfde idee, de Verenigde Staten van Europa. Allemaal gebouwd rondom ‘unity’ (eenheidsstaten). Het parlementaire systeem van twee kamers zoals dit dominant is in de westerse wereld stamt dan ook uit de UK, waar ze dit in zekere zin al sinds de dertiende eeuw zo hebben, redelijk ongewijzigd.
Er kan ook worden gesteld dat de Verenigde Staten een voortzetting of ‘spin-off’ is van de Britse East India Company, wat duidelijk is te herkennen aan hun compleet gelijke afstamming van hun vlag. De eerste vlag (Continental Union Flag8) van de Verenigde Staten was identiek aan die van de Britse East India Company. Dit zou ook kunnen verklaren waarom de ‘maatschappij’ (van handelsmaatschappij of maatschap, net als ‘society’ een ‘sociëteit’ is) tot op de dag van vandaag zo dominant is ten opzichte van de ‘gemeenschap’, wat twee totaal verschillende dingen zijn.
De oorsprong ligt in Londen en… Atlantis
Wat echter weinigen weten, is dat de onderhandelingen voor die nieuwe wereldorde al veel eerder waren begonnen dan 1945, zij leken hun kans al snel schoon te zien. Op 12 juni 1941 kwamen de ‘geallieerden’ al samen in Londen: het Britse Rijk, inclusief de ‘domeinen’ van de Britse Commonwealth Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika en de acht overheden die hun landen waren ontvlucht, waaronder vier van hen gestationeerd in Londen, waaronder het Nederlands koningshuis. De oorsprong van de Verenigde Naties kwam dus van de geallieerden, die afspraken de asmogendheden (Duitsland, Italië en Japan) te verslaan.

Vlak daarna vond in augustus 1941 voor de kust van Newfoundland de Atlantische Conferentie plaats. Hier ontmoetten de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill elkaar op het slagschip HMS Prince of Wales (de titel van de Britse troonopvolger). Tijdens deze bijeenkomst werd het beroemde Atlantische Handvest (Atlantic Pact) opgesteld, waarin zij hun visie uiteenzetten voor de wereld na de oorlog. Dit werd door de eerder genoemde geallieerde overheden, nu inclusief de Sovjetunie, bekrachtigd op 24 september 19419. Vervolgens kwamen de VS en het VK weer getweeën samen tijdens de Arcadia conferenties, eind 1941 om de eerste draft te maken voor de “Declaration by United Nations”10, die zij vervolgens door allerlei geallieerde naties lieten ondertekenen om de drie “enemies”, de asmogendheden, te verslaan.

Na de oorlog werden de asmogendheden op de knieën gedwongen, waarbij Supreme Commander for the Allied Powers generaal Douglas MacArthur zelfs van 1945 tot 1948 interim leider van Japan was en daar ‘democratie’ bracht, werd de VN opgericht als voortzetting van het militaire verbond van enkel geallieerde machten en daarna, in 1949, het “Atlantisch Pact” ondertekend. In het begin werd de term “Atlantisch Pact” gebruikt om het verdrag zelf en het onderliggende concept te beschrijven, maar toen de institutionele structuur van de organisatie werd gevormd, begon men de nadruk te leggen op de naam van de organisatie zelf: de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).
De link met Atlantis is niet toevallig en heeft niet alleen van doen met de twee grote machten aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, maar ook met de legende van de verloren beschaving Atlantis. Dit verloren continent zou in die oceaan hebben gelegen en wordt al door Plato11 benoemd en spreekt bij velen nog altijd tot de verbeelding. Of men nu gelooft dat het echt heeft bestaan of niet.
Een leuk detail is de beschrijving van de locatie van Atlantis door Plato12, die deze plaatst ‘voor de zuilen van Hercules’, die vaak worden verondersteld rond de Middellandse Zee, variërend van de straat van Gibraltar tot aan Noord-Afrika.
Er lag een eiland voor de zee-engte die ge nu de Zuilen van Herakles noemt. Dat eiland was groter dan Libye en Klein-Azië samen en reizigers van toen konden van daar naar de andere eilanden oversteken en zo naar het gehele tegenoverliggende continent dat die oceaan omsloot. Want de zee hier ligt binnen de zeestraat waar wij over spreken en is dus eigenlijk meer een haven met een nauwe toegang, maar die andere is pas echt een zee en het land dat daaromheen ligt, kan met recht een continent worden genoemd. Op dat eiland, Atlantis, bestond een machtig en indrukwekkend verbond van koningen die heersten over het hele eiland en over nog veel meer eilanden en delen van het vasteland.
De Romeinse geschiedschrijver Tacitus beschrijft echter iets heel interessants in zijn ‘Germania’13:
“Bij de Angrivariers en Chamaven sluiten zich, in de rug, de Dulgubniërs en Chasuariërs aan, benevens andere niet bijzonder merkwaardige volkeren. Van voren palen aan hen de Friezen. Deze worden aangeduid met de naam Groot-Friezen en Klein-Friezen, naar de maat van hun strijdkrachten. Beide volksstammen worden tot aan de Oceaan door de Rijn omzoomd en wonen rondom zeer grote meren bovendien – meren die ook door Romeinse vloten zijn bevaren. Ja, wij hebben ons zelfs in die contreien op de Oceaan gewaagd, om deze te verkennen; er zouden daar namelijk nog zuilen van Hercules bestaan, volgens een algemeen verbreid gerucht, hetzij dat Hercules daar werkelijk is geweest, hetzij dat wij Romeinen geneigd zijn al wat er zich ter wereld maar aan heerlijks voordoet, eenparig op het credit van zijn naam te schrijven.“
Het omstreden Oera Linda boek14 is naast Tacitus de enige bron die melding van maakt van de mogelijkheid dat Atlantis dus helemaal niet bij de Middellandse zee of bij de Canarische eilanden zou hebben gelegen, maar veel noordelijker. Beide theorieën zijn in die zin interessant om te onderzoeken, welke waar is, dat zullen we wellicht nooit te weten komen.
Na 1500 kwam, mede onder invloed van de Medici familie, een renaissance van onder andere Plato’s werk, dat uit het niets was opgedoken uit Arabische landen en eigenlijk meer dan 1000 jaar verloren was gewaand. Dit is vaker aan de hand met veel klassieke geschriften, wat ook argwaan wekt m.b.t. de echtheid ervan, maar dat terzijde. Dit Atlantische ideaal is voortgezet, o.a. in de Royal Society en in academia. Een sterk voorbeeld hiervan is “Nieuw Atlantis” van Francis Bacon15, een prominente denker aan het Britse hof en zogezegd de uitvinder van de moderne wetenschap. Door sommigen wordt zelfs beweerd dat hij Shakespeare was.
Zowel bij de oude, esoterische inwijdingsgenootschappen als de ‘new age’ beweging wordt Atlantis gezien als een hoogstaande beschaving van weleer. Er zijn ook schrijvers die tot een andere conclusie komen. Atlantis was inderdaad een hoogstaande beschaving, maar is niet voor niets ten onder gegaan. En wel aan het eigen ‘succes’. Zij werden geleid door een priesterorde die de hele bevolking onder de duim had en die zij bedwelmden met (zwarte) magie. Daarnaast waanden zij zichzelf goden, die hoogmoed en trots veroorzaakten. Dit bleek de kiem voor de val. De eerder genoemde Manly P. Hall schrijft erover in ‘The secret teachings of all ages’16:
“Before Atlantis sunk, its spiritually illumined Initiates, who realized that their land was doomed because it had departed from the Path of Light, withdrew from the ill-fated continent. Carrying with them the sacred and secret doctrine, these Atlanteans established themselves in Egypt, where they became its first “divine” rulers. Nearly all the great cosmologic myths forming the foundation of the various sacred books of the world are based upon the Atlantean Mystery rituals. “
Herkenbaar? Dat kan kloppen. De huidige ‘Atlantische organisaties’ gaan niet alleen over de oceaan, maar vooral over het opnieuw bouwen van Atlantis. Deze gedachte leek te heersen bij het Romeinse Rijk, het Heilige Roomse Rijk, Het Tweede Rijk van het eengeworden Duitsland onder Pruisen (1871 tot 1918), het Derde Rijk (1933 tot 1945) en het heerst ook nu weer bij het Vierde, Neo-Atlantische Rijk. Jazeker, we leven ook nu al in een wereldrijk, maar dat wordt ons alleen niet verteld. Precies deze geheimzinnigheid maakt het hele zaakje verdacht.
Feitelijk is de Amerikaanse Liberal International Order zelfs het vijfde Rijk. Want het oorspronkelijke Roomse Rijk mag niet vergeten worden. Het Romeinse Rijk dat ook al als symbool de adelaar droeg, net als de ‘imperial eagle’ van de VS én het leger van Napoleon17, de militaire ‘fasces’ (De roeden staan voor de “macht om te straffen”, de bijl voor de “macht over leven en dood” en de riemen de “macht om te arresteren”) van het latere fascisme18 en de lauwerkrans, die weer terugkomt in het logo van de Verenigde Naties. Alle rijken ná het Romeinse Rijk zijn feitelijk reïncarnaties van ditzelfde imperium, allemaal bedoeld om deze troon in ere te herstellen en een wereldrijk te stichten.



De ‘Old Order’ vormt de basis voor de nieuwe
Als er een nieuwe orde is, dan moet er ook een ‘oude orde’ zijn. Want waar komt dat woord ‘orde’ eigenlijk vandaan? Orde heeft niet enkel te maken met een tegenhanger van ‘chaos’ (wat Grieks is voor ‘leegte’ en niet voor ‘wanorde’). Het idee van een Orde stamt af van de oude Ridderordes (van ‘ruiterhorde’), gesloten genootschappen en broederschappen, die zijn ontstaan uit geestelijke en militaire (vaak zelfs de combinatie, zoals bij de Essenen en Tempeliers) verdiensten en de daaruit voortvloeiende voorrechten (privileges). Vooral de kruistochten waren een grote bron van ‘riddering’ en tot op de dag van vandaag is de strijd om het ‘heilige land’ nog gaande, terwijl deze eeuwenoude oorsprong daarin niet wordt meegenomen.
Een Orde wordt gekenmerkt door lidmaatschap, waarbij er inwijdingen plaatsvinden en er strikte spelregels zijn voor deelname en uitsluiting, net als in de internationale wereldorde. Deze Ordes zijn nog altijd alomtegenwoordig, maar door de eeuwen heen is de macht om te mogen ridderen steeds verder gecentraliseerd en steeds minder op basis van verdienste, maar meer en meer op basis van loyaliteit (trouw) aan de orde zelf en de inhoud ervan is speculatief geworden. Dit betekent echter niet dat hun macht is verminderd, hooguit veranderd van aard en vorm.

Het woord ‘lidmaatschap’ of ‘membership’ is niet geheel willekeurig. Het betekent ‘ledemaat’, zoals een arm of been, omdat de leden met elkaar een eenheid vormen: een individu.
Maar er is nóg een betekenis van ‘lid’ of ‘member’ en dat is de fallus. De ‘Jongeheer’. Van oudsher mochten enkel heren (vandaar ‘jongeheer’) lid worden. Ook in het Engels is ‘member’ een bijnaam voor het mannelijk geslachtsdeel. En dat is ook precies waar het in die kringen om draait: het geslacht voortzetten via de mannelijke lijn.
Of zoals een Nederlands sigaren genootschap treffend stelt: “Zonder lid, geen lid!” De sigaar zelf is ook een nogal ‘mannelijk’ fallus-symbool en kent een rijke (seksuele) geschiedenis. Denk aan Bill Clinton.
Ook in het oude Athene, waar de ‘democratie’ vandaan komt, was het niet enkel de ‘demos’ (de verzameling van ‘deme’ of lokale gemeenschappen) die heerste, maar de rode draad door de geschiedenis werd gevormd door de phratries, broederschappen of genootschappen dus. Elke lokale gemeenschap had een eigen phratrie, waar de heren (Kyrios) van verschillende familielijnen hun bloedband met elkaar deelden en jonge heren werden ingewijd.
De geschiedenis van de oude Grieken werd dan ook getekend door de strijd tussen de Demos (volk, woongemeenschappen) en de Genos (de bloedband, de families). De Genos is daarbij nooit verdwenen, de Demos vaak genoeg. Wie daarom de machtsstructuur door de eeuwen wil bestuderen, zal daarom altijd op de bloedlijnen uitkomen en de Heren die daarvan aan het hoofd staan.
De Britse koning (Charles, oftewel ‘Karel’, zoals vele keizers van de Karolingische dynastie heetten) is bijvoorbeeld tot op de dag van vandaag het hoofd van de Anglicaanse kerk, heeft het auteursrecht op de King James versie van de bijbel én draagt als enige staatshoofd van Europa nog een kroon. De oude ‘Orde van de Kousenband’ (Order of the Garter) is dan ook nog springlevend en alle royalty van Europa is er lid van, inclusief het heersende huis Windsor (wat tot 1917 het oorspronkelijk Duitse Huis Saksen-Coburg en Gotha heette en daarvoor Hannover) zelf. Het Britse koningshuis had overigens al veel eerder, in 1915, de ‘vijandelijke’ (mede-)Duitse Huizen van de lijst geschrapt. De ‘Garter’ of riem is zelfs terug te zien in het logo van de Nederlandse MIVD, gemodelleerd naar de Britse geheime diensten MI5 en MI6, die samen met organisaties als de CIA de kern vormen van de ‘Five Eyes’22 die samen een wereldwijd intelligence (vandaar ook artificial intelligence) netwerk vormen.


We gaan nu twee soorten symbolen zien. We zien een wapen met een leeuw, die niet zozeer keizerlijk zijn, maar vooral koninklijk. Een koning is meer landgebonden dan de keizer, die zichzelf daar boven plaatst. Daarnaast verwijst de leeuw ook direct naar de eerder genoemde Sphinx, wat vermoedelijk een overblijfsel is uit de tijd van de Leeuw (zo’n 12.000 jaar geleden, berekend vanuit de precessie van de equinoxes) toen Egypte nog tot het Atlantische rijk behoorde. Eerder hadden we al de Romeinse adelaar als symbool voor het ‘imperium’, het grotere Rijk. Want de adelaar is een dier dat heerst over de lucht, internationaal, niet gebonden aan landsgrenzen. Er zijn zelfs verwijzingen naar de hemel en de sterrenhemel, omdat zowel de Leeuw en de Adelaar (alternatief voor Schorpioen) twee van de vier ‘vaste’ sterrenbeelden vertegenwoordigen, naast Waterman (we gaan zogezegd naar het tijdperk van Aquarius) en Stier.
Het Byzantijnse Rijk begon het symbool van de tweekoppige adelaar in de 13e eeuw te gebruiken, om de heerschappij over oost en west weer te geven, de Byzantijnse claim op zowel politieke als spirituele autoriteit over zowel Azië als Europa. Na de val van Constantinopel in 1453, nam het Heilige Roomse Rijk onder de Habsburgers het symbool over als teken van hun ambities als de “erfgenamen” van Rome. In Rusland is iets soortgelijks aan de hand. Het Huis Romanov (de gelijkenis met Rome is geen toeval) regeerde daar eeuwenlang en hanteerde als wapen een tweekoppige adelaar, net als het Huis Habsburg, de heersers van het Heilige Roomse Rijk. Bovendien noemden zij Moskou ook wel het ‘Derde Rome’23, nadat het eerste Rome van het West-Romeinse Rijk was gevallen en vervolgens het tweede Rome, Constantinopel.
Na de val van het Russische Rijk door de Bolsjewieken in 1917 is dit wapen vervangen door de vlag met hamer en sikkel en werden de kruisvormige medailles (die huidige militaire Ordes nog altijd dragen, verwijzend naar de vier windrichtingen en seizoenen, maar ook de vier vaste tekens in de dierenriem) vervangen door stervormige (pentagram, net als in de VS, Sovjetunie en vele vlaggen, zoals van Marokko, Ghana, Panama). Je kan zeggen dat de kruisvormige symbolen staan voor de oude wereldorde en de stervormige voor de nieuwe wereldorde.
Echter, na de val van de Sovjetunie en de oprichting van de Russische Federatie is het wapen in iets andere vorm weer in ere hersteld. In het midden prijkt Sint Joris die de draak doodt, een symbool dat het Britse koningshuis (Saint George) ook veelvuldig draagt. De Engelse vlag heeft een rood kruis, het St George’s Cross, dat overigens uit Genua stamt24 en het symbool van de kruisridders was. Geneve in Zwitserland (ook een wit kruis op rode achtergrond), als neutrale zone in de internationale orde of ‘burcht van Europa’, is niet voor niets etymologisch gelijk aan Genua. Bovendien schittert hetzelfde kruis op de vlag van Georgië, wat is vernoemt naar Sint Joris.


In Spanje was het huis Bourbon lange tijd aan de macht, totdat Franco de macht greep als dictator. Hierboven is het wapen te zien dat de Spaanse republiek droeg tijdens zijn bewind, een adelaar die de kroon beschermt. In de laatste jaren van zijn bewind (1969-1975) bereidde Franco nauwgezet de politieke machtsoverdracht aan de toekomstige koning Juan Carlos I van Spanje voor. Deze periode wordt daarom ook wel de ‘Bourbon-restauratie’ genoemd. De huidige koning Felipe VI (Filips de zesde) kan dan ook aanspraak maken op de titels van ‘Keizer van het Romeinse Rijk’ en ‘Farao van Egypte’25. Dit is niet toevallig, want de obsessie met Egypte is terug te zien in de vele obelisken die over de hele westerse wereld verspreid zijn, zoals in Parijs, New York en Londen, met het recordaantal van 7 stuks in Rome26.
In Duitsland was iets soortgelijks gebeurd, want daar was het Huis Hohenzollern in 1918 van de troon gestoten door de revoluties en de oorlog. Kroonprins Wilhelm van Pruisen had, samen met zijn vader ex-keizer Wilhelm II (gevlucht naar Nederland en woonde tot zijn dood in 1941 in Huis Doorn), een pact gesloten met Hitler om de monarchie te herstellen (het heette niet voor niets het ‘Derde Rijk’), maar Hitler kwam hierop terug in 193327. Dit wordt ook wel de Hohenzollern-restauratie genoemd, die in hun geval is gefaald. ‘Hun’ generaal of ‘interim-manager’ hield er schijnbaar andere, eigen ideeën op na. Na de instelling van de Weimar republiek was het ancien regime afgebroken en de duizenden (!) prinsen van de oude aristocratie sloten zich dan ook snel aan bij de SS in een wanhopige poging hun oude privileges te herstellen, in het kielzog van het Huis Hohenzollern.


Zonder te willen speculeren wat precies de beweegredenen hierachter waren, is het eerste punt dat ‘restauratie’ van het ancien regime vaker gebeurde, waarbij het Congres van Wenen van 1814/181528 een extreem voorbeeld is waardoor bijvoorbeeld Nederland voor het eerst een koning kreeg (voorheen kende Nederland enkel stadhouders met slechts een militaire functie), een titel die onderhands was ‘geschonken’ door de andere huizen, die na de enorme vernietiging van de Napoleontische oorlogen de oude ordes in ere konden herstellen. En hun uiteindelijke doel is steeds weer om een wereldrijk te stichten, liefst op basis van het Romeinse Rijk, door de titel van keizer weer in ere te herstellen.
Het tweede punt is dat de huidige (aanstaande) wereldorde niet iets nieuws per sé is, maar een voortzetting van de oude Ordes van weleer, waarbij hooguit het hoofdkwartier wordt verplaatst. Grofweg van Egypte naar Griekenland, naar Rome, Portugal, Spanje, Nederland, Frankrijk, Groot-Brittanië en nu de Verenigde Staten. De ‘Staat’ is dan ook een opgeschaalde en uitgebreide versie van de oude feodale landheer, die een ‘estate’ of ‘état’ beheerde en beheerste, uitleende in ruil voor opbrengsten en daarvoor bescherming teruggaf aan de horigen. Naast deze nationale ordes is de huidige Internationale Orde vooral een voortzetting van het oude, internationale maritieme zeerecht dat gold en geldt tússen de natiestaten (en hun grootgrondbezitters) en waarvan slechts één versie bestaat. Dus de huidige strijd om de wereldorde kan niet los worden gezien van de strijd door de oude ordes. En de strijd om het land kan niet los worden gezien van de strijd om de wereldzeeën.
Het derde en laatste punt is dat de huidige staat én markt allebei nog altijd, net als de kerk, zijn gebaseerd op een ‘Gratie Gods’, een ‘Droit Divine’ (Goddelijk recht) om te mogen heersen als soeverein. Via een WOO-verzoek (Wet Openbaarheid Overheid) is hierover een vraag gesteld, waarop als antwoord kwam dat deze ‘Gratie Gods’29, waarmee nog altijd alle Nederlandse wetten worden geopend, voorkomt uit Romeinen XIII uit de bijbel30. Als je naar de wapens van de ordes en huizen kijkt, is daar in de kern weinig veranderd, hooguit hoe het naar buiten wordt gebracht. Het ‘recht om te regeren’ (right to rule) en het verticale ‘sociaal contract‘ (‘socius’ betekent ‘bondgenoot van Rome’) zijn nog altijd daarop gebaseerd. En de religie en mythologie zijn daarvoor de enige bronnen om een hogere macht en daarmee het right to rule te rechtvaardigen.
Het is dan ook opmerkelijk, maar niet verwonderlijk, dat Theosofe Alice Bailey de connectie legt tussen de nieuwe wereldorde en de wederkomst (profetie) van de Christus in het nieuwe tijdperk van Waterman (Aquarius). Steeds opnieuw wordt ditzelfde, oude verhaal van stal gehaald om voort te kunnen bouwen op de fundamenten van de oude wereldrijken, met name het Romeinse Rijk, waarbij de eerste keizers (die eerst als dictators door de senaat waren benoemd om de republiek te herstellen) zich ook beriepen op hun goddelijk recht en tot eerste vertegenwoordiger van God(en) op aarde werden uitgeroepen: de Principe (‘eerste‘, zoals het beroemde boek van Macchiavelli), waar ‘prins’ van is afgeleid.
En tot slot blijven alle wegen naar Rome leiden. Want ‘katholiek’ betekent ‘universeel’ en dat betekent weer ‘één’ of ‘mono‘. De Roomse kerk heeft dan ook altijd al de ‘missie’ gehad om de wereldwijde kerk der kerken te zijn, heeft daarvoor de missies (een immer populair woord in organisatieland), kruistochten en inquisities opgezet en is feitelijk het eerste wereldwijd hiërarchisch georganiseerde lichaam met de paus aan het hoofd als vertegenwoordiger van God op aarde. Hoewel kerk en staat op papier van elkaar gescheiden zijn, blijken deze zoals hierboven beschreven ideologisch nog innig verstrengeld, net als de markt. Het idee van de ‘universele’ wetten van de natuur en het universum, die worden bestudeerd aan de ‘universiteit’ is dan ook Rooms van oorsprong. Net als Latijn uit de regio rond Rome komt, Latium of Lazio.
Hoewel de macht lijkt te verschuiven van het Vaticaan (‘kerkmacht’), naar de City of London (‘marktmacht’), naar Washington DC (‘staatsmacht’), zijn zij onderling afhankelijk van elkaar om stapje voor stapje de macht te centraliseren en zo een wereldrijk te vormen. Er wordt veel gezegd dat dit ‘toevallig’ is ontstaan, alsof het een cocreatie zou zijn, maar er zit wel degelijk een duidelijke, eenvormige ideologie achter. Het is een monocreatie.
De planeconomie en sociale sluiting
Na de eerste wereldoorlog heeft, naast de oprichting van de League of Nations, een nieuwe consolidatie plaatsgevonden op weg naar die ene wereldorde. Door de oorlog was een centraal beheerste planeconomie opgezet, die enerzijds het resultaat was van de oorlogsindustrie die de eigenaars veel opleverde en werd omgekeerd tot productie voor consumptie en anderzijds de overproductie die dit opleverde met enorme prijsdalingen. De magnaten van toen hebben onderling besloten het net te sluiten, omdat anders hun ‘spel’ in elkaar zou klappen en zij hun investeringen in rook zouden zien opgaan.
De investeringen die zij hadden gedaan zouden nooit meer terugbetaald kunnen worden door de boeren die bijna niks kregen voor hun producten. De toenmalige industriëlen zijn bij elkaar gekropen en hebben onderling besloten dat de centraal gestuurde planeconomie zou worden voortgezet, van bovenaf gestuurd. We denken snel dat dit enkel in de Sovjet Unie gebeurde, maar in Duitsland gebeurde dit met IG Farben als industrieel kartel en in de VS dus ook. Het enig verschil was dat het geen staatsmonopolie was, waarbij de staat zelf de uitvoering deed, maar licenties verdeelde onder een beperkt aantal grote corporaties (oligopolie).
De mensen die toen regeerden waren behoorlijk onder de indruk van wat ze hadden bereikt in de eerste en tweede wereldoorlog en waren van plan om hun macht en inzichten te verbreden over de gehele samenleving. Dit leidde tot de nieuwe verschijnselen van ‘technocratie’ en ‘consumentisme’, waarbij ‘advertising’ de motor van de economie zou aanzwengelen om het aanbod ‘aan de man’ te brengen. Dit is bewuste opzet geweest om de gevestigde orde in het zadel te houden. Er zijn dan ook tal van genootschappen en geheime vergaderingen waar Big Business en/of Big Government samenkomen om te ‘netwerken’ onder de Chatham house rule (geheimhouding), tot op de dag van vandaag.
Dat is de oorsprong van alle centralisatie, maar ook van alle monopolies en oligopolies van vandaag de dag, waarbij Big Business, Big Government (en Big Church) innig verstrengeld zijn. Die samensmelting of machtsbundeling was overigens wat Mussolini ‘Fascisme’ of ‘Corporatisme’ noemde en paste helemaal in die tijd. Ook in het westen was men diep onder de indruk van de vijfjarenplannen van Stalin, een verschijnsel dat tot op de dag van vandaag nog bestaat, ook de EU maakt hier goed gebruik van. In die zin is er weinig veranderd en heet het nu ‘staatskapitalisme’ met meer checks and balances om te voorkomen dat het weer uit de bocht vliegt. Maar we zijn altijd één stap verwijderd van tirannie.

Max Weber noemt dit verschijnsel van ‘de rangen sluiten‘ sociale sluiting31 en is gebaseerd op het wereldbeeld dat het leven een concurrentiestrijd om levenskansen is en dat dit een ‘zero-sum game’ is, waarbij je moet strijden om zoveel mogelijk van deze levenskansen voor jezelf en jouw ‘groep’ zeker te stellen.
Het is dát wereldbeeld, dat velen nu ‘neo-liberalisme’ noemen of ‘sociaal darwinisme’, dat ervoor zorgt dat we ramen en deuren sluiten en grenzen trekken tussen binnen en buiten. Dat we mensen insluiten (inclusie) in de ‘inner circle’ en uitsluiten (exclusie) van toegang (de basis van élk business model). Dat er gesloten genootschappen ontstaan, gemeenschappen vergaan en mensen zich kunnen verheffen boven anderen en zich kunnen afzonderen om besluiten vóór hen te nemen.
Max Weber wordt ook wel de vader van de bureaucratie genoemd, omdat hij heel precies heeft geformuleerd wat de beginselen van zo’n rationeel systeem zijn32, waarbij de legitimiteit is gebaseerd op de legaliteit. Of het dus mag van ‘de wet’. Daarbij werd veronderstelt dat de bureaucraten rationele actoren zijn in zo’n systeem en hun integriteit was niet gebaseerd op de juiste toepassing in de praktijk, maar op het zuiver opvolgen van orders van boven. Als de ambtenaar de regels en orders goed opvolgt is hij integer, zo is de aanname.
De basis hiervoor is echter al veel ouder dan we denken. De eerste, grootschalige bureaucratie ontstond in de eerste grootschalige eenheidsstaat, het oude China. Al zo’n 500 jaar voor Christus hadden zij een systeem bedacht met een keizer (er zijn ook geruchten dat dit vroeger goden waren, maar dat in plaats van de keizer te ‘vergoddelijken’ hebben zij de goden achteraf ‘verkeizerlijkt’) en een opleidingssysteem met staatsexamens, waarbij er geen aparte geestelijkheid of adel bestond, maar één grote bureaucratie. Dit Chinese model is vermoedelijk via de zijderoute naar het westen gebracht en heeft ook de Romeinen geïnspireerd om hun rijk uit te breiden en de orde te kunnen handhaven.
Rules-based systems vormen de basis voor de Rules-based Order
Na 1945 ontstond, naast de nieuwe internationale orde op basis van de VN en de centraal geleide planeconomieën, een geheel nieuw wetenschapsterrein, mede door de oorlogen en de centrale planeconomie, die maakten dat op steeds grotere afstand centraal bestuurd werd. Vele wetenschappers begonnen zich bezig te houden met de wetenschap van data en dataverwerking tot modellen om tot ‘volledige informatie’ te komen en de wereldeconomie te voeden.
Nadat de wetten van de natuurlijke wereld ontdekt leken, was het nu de beurt aan de sociale wereld. Er stond een groep van enkelingen op, experts in hun vakgebied, de knapste koppen, die op afstand de maatschappij gingen onderzoeken om patronen te ontdekken. De sociale wetenschappen kwamen toen ook enorm op, onder andere via het Tavistock Institute. De grootste bedrijven van toen waren dan ook in de ban van scenarioplanning, iets waar door Shell veel expertise over is ontwikkeld.
De kunst was om de complexe werkelijkheid voldoende te in te perken (reductionisme) om tot algemeen geldende, universele regels te komen die voldoende voorspellende waarde hebben om vooral de economie goed te kunnen voorspellen en daarmee beheersen. Zo ontstonden allerlei moderne disciplines, zoals de gedragswetenschap (behaviorisme), cybernetica (afgeleid van Oudgrieks kubernḗtēs: ‘sturen, gidsen’, wat de stam vormt van ‘government‘), game theory, expert systemen en de computer was in opkomst, met de uitvinding van de transistor. Wiskunde werd de nieuwe koninklijke wetenschap.
Zo ontstond ook het rules-based programmeren. Een systeem dat is gebaseerd op regels die door experts worden ingevoerd en die de grenzen van dat systeem bepalen en bewaken. Zie het als een gesloten circuit, een spel met spelregels, waar niet van kan worden afgeweken. Zo’n systeem moet geprogrammeerd worden volgens ‘if-then’ regels en input-output redeneringen.
Een rules-based systeem wordt gekenmerkt door een aantal elementen:
- Een Data-base: dit is de input op basis van datapunten
- Een Rules-base: dit is een set van regels geformuleerd in de vorm van ‘als-dan’
- Een inferentie-engine (de ‘motor’)
- werkgeheugen waarin het wordt opgeslagen
Zo ontstaat uit zo’n rules-based systeem een hiërarchische beslisboom, waarmee tot ‘beslissingen’ en ‘executie’ (van ‘exequatur’ of pauselijk decreet) kan worden gekomen in een volledig gesloten systeem. Daarbij maakten zij gebruik van ‘game theory’, waarbij wordt verondersteld dat de wereld is te reduceren tot een zero-sum game in modellen en causale diagrammen, met oorzaken en gevolgen die zoveel mogelijk voorspelbaar moeten acteren. Daarbij is wiskunde essentieel net als het gebruik van ‘constanten’ (vaste variabelen), want daarmee kan het model veel eenvoudiger blijven en wordt ‘onnodige complexiteit’ vermeden of gereduceerd tot werkbare variabelen in een wiskundige formule.
Deze simulatie is echter altijd nog enkel een weerspiegeling en vereenvoudiging van de werkelijkheid. Het is een model. En de kaart is niet het landschap, zoals we allemaal weten. Deze manier van denken past volledig in het mechanistische, rationele wereldbeeld dat al behoorlijk lang onder vuur ligt bij wetenschappers die een complexiteitsbenadering aanhangen. Die menen dat de werkelijkheid niet zo eenvoudig tot een model te reduceren is en dat de modellen óns zijn gaan beheersen, terwijl zij daar nooit voor bedoeld waren.
Zo’n constante in de natuurkunde is bijvoorbeeld de lichtsnelheid. De metingen hiervan liepen zo enorm uiteen (snelheid is afhankelijk van tijd en tijd is tenslotte relatief), wat maakte dat men besloot om deze vast te leggen tijdens een congres in 1983, sindsdien is de lichtsnelheid een ‘constante’. Het is dus geen ‘universele wet’, maar een ‘menselijke afspraak’. Of dit nu ‘goede wetenschap’ is, dat valt ten zeerste te betwijfelen. De werkelijkheid bleek complexer dan de modellen, dus is de werkelijkheid aangepast aan die versimpelde weergave van de werkelijkheid.
In feite wordt de maatschappij (dat is iets anders dan de ‘gemeenschap’) gezien als een soort computer of machine, die in een gesloten circuit werkt, waarbij er input is, throughput (berekening/verwerking) en output. En als je maar genoeg rekenkracht hebt, genoeg data en binaire (zwart-wit) regels en algoritmes, dan kun je de werkelijkheid héél precies simuleren (nabootsen) en alle mogelijke vergelijkingen, formules én problemen oplossen, zo is de gedachte.
Deze rationalistische manier van denken is doorgedrongen tot alle lagen van de maatschappij en is allereerst de bedrijven gaan beheersen en vervolgens ook de overheden in de vorm van ‘new public management’, waarbij werd gedacht dat alles als een gesloten systeem kon worden vormgegeven en op afstand kon worden bestuurd. Het enige wat nodig was, was ‘volledige informatie’. Iets wat echter een utopie is en leidt tot een bureaucratisch waterhoofd door ‘datazucht’.
Hier zat echter meer opzet achter dan nu lijkt, want al tijdens de tweede wereldoorlog waren er plannen voor kunstmatige intelligentie (denk aan de Turing test). En het is ongelooflijk dat de wetenschappers van toen konden voorspellen dat er uiteindelijk technologie zou ontstaan die zulke enorme hoeveelheden data kon verwerken. In die tijd werd er namelijk nog vooral met ponskaarten gewerkt, dus ze moesten een ijzeren geduld hebben om de vruchten van hun werk te mogen plukken. Het is de moderne kathedraal, waarvan de ontwerpers het eindresultaat nooit zouden aanschouwen.
De mogelijkheden van de computer en digitalisering stonden dan ook hoog op de agenda bij de regeringen en boardrooms uit die tijd. Dat is dan ook de droom van elke bestuurder: een ‘cockpit’ of ‘dashboard’ waar je in ‘real time’ de stand van zaken kunt zien en pijlsnel besluiten kan nemen met minimale vertraging. Zo iemand zit dan letterlijk ‘aan de knoppen’ waaraan naar hartenlust ‘gedraaid’ kan worden. De ultieme maakbaarheidsgedachte: met één druk op de knop orders uitvaardigen.
Zij wisten wel degelijk dat wat met al die digitale technologie mogelijk zou worden en hebben enorme hoeveelheden financieel en menselijk kapitaal gezet op de ontdekking van de juiste regels en systemen om die regels goed uit te laten werken. De sommen geld die nog altijd beschikbaar zijn voor digitalisering verklappen een achterliggende agenda. Een belangrijk onderdeel van de centraal gestuurde planeconomie was dan ook de wetenschap, net als bij de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog.
Zeker met de uitvinding en de uitrol van het internet, door (D)ARPA, de wetenschappelijke tak van Defensie, Defense Advanced Research Projects Agency, was er een enorme doorbraak. Het werd steeds eenvoudiger om grote hoeveelheden data te delen en verwerken en die waren bovendien ook nog openbaar beschikbaar. De uitvinding en uitrol van social media in combinatie met de smartphone hebben dit in de volgende versnelling gezet, want overheden en bedrijven hoeven nu geen ‘natuurlijke intelligentie’ in de vorm van mannen in regenjassen meer in te zetten. Daarvoor is nu ‘kunstmatige intelligentie’, waarbij de mensen zélf direct de data aanleveren en dit niet meer handmatig hoeft te worden gedaan met grote foutgevoeligheid, menskracht en vertraging.
De technologische ontwikkeling droeg enorm bij aan de verdere centralisatie van de multinationals en overheden, die zonder deze technologische ontwikkeling onmogelijk in staat zouden zijn een goed overzicht te hebben over de situatie ‘op de vloer’ en onmogelijk hadden kunnen opschalen. Elinor Ostrom33 had ook in de gaten dat dit de grootste flessenhals was voor de werking van de staat als ‘externe autoriteit op afstand’, die op zoek moet naar volledige informatie voor besluitvorming, maar deze nooit zal krijgen (omdat zij zich niet daar bevindt waar het besluit voor is bedoeld) en daarom oneindig door zal blijven groeien op zoek daarnaar. Gek genoeg was zijzelf een groot voorstander van game theory en het modelmatig uittekenen van processen.
Een belangrijk onderdeel van Rules-Based Systems is de Role-Based Access Control. Het rechtensysteem. Daarin wordt bepaald wie welke rechten heeft om bepaalde taken uit te voeren. Bovenin staat altijd de ‘Admin’ of zelfs de ‘Super-Admin’ (die meerdere administraties beheert). De regering heet in het Engels ook de ‘Administration’. De hoogste rangen in oude ordes zijn ook altijd ‘administrators’. En het woord ‘Minister’ komt daar eveneens vandaan. Vanuit zo’n Admin worden de andere beheerrollen verdeeld, van boven naar onderen in een heel scherpe hiërarchie, die volledig is gebouwd op de digitale regels: if-then. De regels bepalen de ‘wat-vraag’, de rollen bepalen de ‘wie-vraag’: wie heeft welke rechten? En wat kan en mag zo iemand dus doen? Het zijn permissions, wat iemand zich kan permitteren, wat iemand vermag en als vermogens heeft.
Zo ontstaat een riedeltje van Regels – Rollen – Rechten die samen een Ritueel vormen, een procedure of programma (vandaar: programmeren). Het idee van een rechtsorde gaat daarom primair niet over de burgerrechten of mensenrechten, maar vooral om de vraag: hoe worden de rechten legaal gedelegeerd vanuit de hoogste administratie náár onderen? Top-down dus. De burgers zijn daarom secundair, zelfs het sluitstuk van het hele rechtensysteem en rechtssysteem, zoals de ‘gebruikers’ het sluitstuk zijn van een website of platform en de hele organisatie die daarachter zit. Pas als gebruikers (een term die naast de IT ook in de verslavingszorg wordt gebruikt) een account hebben en zichzelf kunnen identificeren, krijgen zij rechten en kunnen zij deze uitoefenen.
De decoraties die officials dragen kunnen daarom ook worden gezien als het aantal vinkjes dat zij achter hun naam hebben staan en de rechten die zij mogen uitoefenen vanuit hun functie in dat rechtensysteem. Deze zijn dus strak begrensd. Eén van de grootste problemen in ‘migraties’ van IT-systemen, maar ook van bedrijfsfusies, is de harmonisatie van al die rechten, waarbij de verschillende eilanden, zuilen en koninkrijkjes moeten worden doorbroken om tot één logische eenheid te komen. Allemaal vormen van Monocratie.


Het ‘masterplan’
Er zit een duidelijk plan achter de hele automatisering en digitalisering. Dat is niet iets waar we ‘toevallig’ in zijn gerold. De rules-based orde is een opvolger van de ‘natuurlijke orde’, waarbij directe instructies (orders) worden gegeven door een menselijke soeverein (overste) richting een subject (onderdaan).
Orde 0G. ‘Giving orders’ (‘do this’, instructies, natural intelligence) – Natuurlijke orders
Orde 1G. Rules-based (if-then-else, beslisboom, lineair, algoritmisch, handmatig programmeren, mimic) – Ambachtelijke regels
Orde 2G. Artificial intelligence (parallel, LLM, heuristiek, simuleer) – Kunstmatige systemen
Orde 3G. Machine learning (quantum computing) – Zelflerende supersystemen. Natuurgetrouwe, niet te onderscheiden van echt, Simulatie van natural. Artificial General Superintelligence.
Door dit plan te volgen wordt de ‘orde’ steeds verder opgeschaald en geautomatiseerd, zodat mensen eigenlijk geen rol meer te spelen hebben. De menselijke factor wordt eruit gehaald (ontmenselijking) en vervangen door een kunstmatige ‘heerschappij’. Daarbij is AI slechts een tussenstap richting een zelflerend supersysteem dat toewerkt naar de singularity, waarmee de ‘Logos‘ als ‘Architect van het Universum’ wordt gesimuleerd via ‘logica‘ als een ‘Deus ex Machina’.
De vele gezichten van ‘rule’ en ‘order’, de rule-based international liberal order.
Er zijn verschillende termen in omloop voor de ‘wereldorde’, maar ze komen allemaal uit hetzelfde voort en op hetzelfde neer. In de Verklaring van Versailles van de EU uit 202234 wordt gesproken over de ‘rules-based order’:
“Meer in het algemeen verklaart de EU andermaal dat zij voornemens is de op regels gebaseerde wereldorde, waarvan de kern gevormd wordt door de Verenigde Naties, intensiever te ondersteunen.”
De woorden ‘rule’ en ‘order’ hebben daarbij dubbele betekenissen. Zo betekent ‘rule’ enerzijds ‘regel’ [van latijns regule of voorschrift en regalen of vorstelijke voorrechten, net als regalia], maar ook ‘regeren’ [van latijns ‘regere’ wat ‘richten’ betekent] als werkwoord en ‘regering’ als zelfstandig naamwoord. Een ‘ruler’ is daarnaast een ‘heerser’ én een ‘liniaal’ [latijns regula], en zijn ‘rule’ is de ‘heerschappij’. Het tekent het belang van ‘soevereiniteit’, wat komt van ‘superieur’ [van super, wat ‘over’ en ‘overste’ betekent), hogergeplaatst. En die hogere rang is afkomstig van de regels die de facto en de jure regeren: rule by law and order. Eén zo’n woord omvat een heel veld van betekenis.
Vervolgens komen we bij het woord ‘order’, wat eveneens een dubbele betekenis heeft. Het betekent uiteraard ‘orde’, wat een toestand aangeeft die niet ongeordend (chaos) of wanordelijk is, maar netjes onderverdeeld in rangen en standen: een hiërarchie (letterlijk: ‘heilige heerschappij’). En het betekent ook een ‘rangorde’ in een genootschap of broederschap, die samen ‘de orde’ vormen. Het betekent echter nog meer, zeker in het Engels. Bijvoorbeeld als werkwoord ‘bestellen’, maar vooral ook ‘bevelen’. Als zelfstandig naamwoord is het een ‘bestelling’ of ‘opdracht’, maar ook ‘bevel’, in de zin van ‘That’s an order!’ De hoogste baas van een orde is dan ook vaak de ‘grootmeester’, ‘supreme commander’ of ‘opperbevelhebber’, die daarmee het eerste en laatste woord heeft. Top-down. Alles ontspringt dan uit de top, niet van ‘de vloer’, want zij zijn letterlijk ‘ondergeschikt’ (subject). De burgers vormen dan ook het sluitstuk van de rechtsorde.
Een orde is geen gemeenschap, maar een genootschap of maatschap(pij), waarbij het mandaat om te mogen regeren, commanderen en bevelen vanuit de top komt, als vertegenwoordiger van de hoogste (al)macht. Het is daarom ook wonderlijk dat zo’n ‘rules-based order’ als ‘democratisch’ wordt aangemerkt, want dat is een absolute tegenstelling en is juridisch onverenigbaar. Óf de wet regeert (juridocratie of nomocratie) óf het volk regeert (democratie). De wet is in de huidige versie, de democratische rechtsstaat, het ‘object’ en daarmee ‘objectief’. Het volk wordt gezien als ‘subject’, letterlijk ‘onderworpen’ als ‘onderwerp’ of ‘onderdaan’. Voor de (bijna) soevereine (superieure) EU zijn de burgers dan ook officieel ‘EU-onderdanen’. Terwijl bij ‘democratie’ (volksmacht) het volk zélf aan de macht is, zonder dat daarbij een vorm van superioriteit nodig is. Feitelijk en juridisch komt het erop neer dat het volk de wetgevende macht (het parlement) mag verkiezen die hen de ‘wetten’ (regels) voorschrijven, maar niet de uitvoerende (regering) of rechterlijke macht.
Hiermee wordt ook ineens de term ‘Rule by Law and Order’ veel duidelijker. Dat is het achterliggende principe van de Rules-based Order. Dit sluit uiteraard naadloos aan op het idee van een rechtsstaat, waarin de wet regeert. De wet wordt gezien als een verzameling regels die het gedrag van de burgers bepalen en sturen. Maar deze gaan terug op de oude regalen of vorstelijke voorrechten van de Heren des Huizes. Dus de connectie tussen ‘rules-based systems’ en ‘rule by law’ is vrij eenvoudig te leggen. Bovendien werden al veel van de ontdekte ‘sociale wetten’ in de praktijk gebruikt om gedrag (bij) te sturen, dus het was een logische gedachte om dit verder op te schalen.
Een wet is veel meer dan een verzameling regels. Het woord ‘wet’ komt van het Germaanse ‘witan’, wat ‘weten’ betekent. Ook ‘geweten’ is hiervan afgeleid. Wetten zijn bedoeld om te omschrijven ‘wat we weten’, zodat daarmee ons ‘geweten’ een steuntje in de rug krijgt. Wetten zijn bedoeld om ons eraan te herinneren wat het juiste is om te doen en niet door voor te schrijven wat ‘goed’ of ‘fout’ is, maar om ons te helpen zélf deze afweging te maken.
De oorsprong van de Amerikaanse grondwet ligt bij de Six Nations van inheemse Amerikaanse stammen die met elkaar hadden besloten om vrede te sluiten. De ‘tekst’ van deze wet was echter niet wat je er nu van zou verwachten. Deze bestond niet uit ‘regels’ en consequenties als deze niet werden opgevolgd, maar uit het onstaansverhaal: de geschiedenis van de stammen, waar de conflicten vandaan kwamen en hoe zij tot vrede waren gekomen via hun ‘peacemaker’.
De wet wordt daarmee een gedeeld verhaal, een stichtend en levend document dat verhaalt over de geschiedenis van het volk en wat zij met elkaar gemeen hebben. Dat is toch héél iets anders dan wat we nu onder ‘wet’ verstaan.
De Liberal International Order
De term ‘Liberal International Order’ wordt gezien als de Amerikaanse versie van de rules-based order met een ideologische insteek, maar deze is al ontstaan na de Franse revolutie, waarbij ‘liberaal’ de eerste term is van de drie-eenheid Liberté, Egalité, Fraternité. ‘Liberaal’ wordt vaak gelijkgesteld aan ‘vrij’, maar dat is niet terecht. Liberaal betekent meer godsdienstig ‘vrijzinnig’ en economisch ‘vrijgevig’. Maar vooral: vrijgemaakt (liberated) door een hogere macht. En van oudsher komt het zelfs van de ‘libertijnen’, die als enige wet hun eigen wil hadden. Liberalisme gaat daarom niet zozeer uit van vrijheid als belangrijkste waarde, maar van ‘tolerantie’ en ‘legalisatie’ van allerlei zaken en praktijken die mensen van nature helemaal niet zo ‘vrij’ vinden. Denk aan lijfeigenschap, onderwerping of schuld. Het is niet ‘vrij van’, maar ‘vrij om’.
In Groot-Brittannië en de VS is het eveneens geadopteerd als belangrijkste ideologie. Drie bekende iconen zijn het schilderij ‘La Liberté guidant le peuple‘ uit 1830 met godin Marianne35, gemaakt ver na de restauratie van het ancien regime door het congres van Wenen (1815), het eveneens Franse Statue of Liberty in New York, waar zoals gezegd de VN ook huist, met als spreuk ‘Liberty Enlightening the World‘. Bovendien komt de godin Columbia terug in de hoofdstad van de VS, Washington DC (District of Columbia, vernoemd naar Columbus). En tot slot Britannia, de Britse versie (vernoemd naar het Latijns-Romeinse woord voor de Romeinse Provincie, die ook terugkomt in het Franse ‘Bretagne’).




Al deze godinnen waren afgeleiden van de Atheense godin Athena. Het oude Athene is in veel meer opzichten, wellicht enkel Egypte (‘Egyptenaren’ waren overigens vroeger ‘gypsies’) voor zich duldend, nog altijd de grootste inspiratiebron, zoals van de moderne ‘democratie‘. De Griekse ideologie is belangrijk geweest voor het Romeinse Rijk, waar Athena de naam Minerva kreeg, want de namen Britannia of Germania (ook eenzelfde ‘godin’) zijn allemaal Latijnse namen van de landen zoals deze door de Romeinen werden genoemd. Als nationale symbolen die tezamen toch een eenheid en eenvormigheid uitstralen van een federaal rijk.
De Germaanse volkeren noemden zichzelf overigens helemaal niet ‘Germaans’, maar ‘Diets‘, waar ‘Duits’ vandaan komt, net als ‘Dutch’. Het betekent zoiets als ‘volks’, maar dat doet het woord niet helemaal recht.
De Dietse volkeren noemden de zuiderburen, die Latijnse (Lazio) talen spraken, overigens ‘Walen’, waar Wales vandaan komt, Wallonië én de rivier de Waal. Ook in Nederland wordt tot op de dag van vandaag gesproken over de cultuurverschillen boven en beneden de rivieren.
Liberalisme is op het toppunt gekomen na de val van de muur en de Sovjetunie en de overgang van een bipolaire wereldorde (oost en west) naar een unipolaire (enkel west), geleid door de liberale VS. De huidige versie van de orde zelf is ontstaan in 1941, door de Atlantic Charter, en is formeel geïnstitutionaliseerd met de Bretton Woods conferenties, waarmee allerlei internationale instituten zijn opgericht op basis van verdragen tussen natiestaten.
Het gekke is dat dit eigenlijk helemaal geen ‘echt’ recht genoemd kan worden, omdat het enkel op verdragen tussen staten is gebaseerd. Vandaar ook dat er geen wereldwijde ‘soeverein’ (superieur) bestaat en daarmee ook niet één ‘executive’, geen directie om directe orders uit te kunnen geven aan de leden. De VN kent daarom enkel een secretaris-generaal en geen directeur-generaal of president. De internationale rechtsorde bevindt zich in een soort niemandsland tussen (inter) de naties, zoals ooit de Staten-Generaal slechts de vergadering van de provinciale staten vormde.
Daarnaast kon toen ook nog niet worden gesproken van een ‘world order’, omdat niet alle landen meededen én er een ideologische strijd gaande was tussen oost en west, de bipolaire machten die de koude ‘oorlog’ voerden. Steeds meer landen werden lid van de VN en de NAVO, maar het was en bleef de ‘international order’ en niet de ‘world order’ zolang de Sovjetunie nog een voorname concurrent was en de VN vleugellam maakte met een veto in de veiligheidsraad. De koude oorlog was dan ook vooral ‘killing’ voor de liberale wereldorde.
Pas na de val van de Sovjetunie en de Berlijnse muur werd de wereldorde ‘unipolair’ en dacht de VS: “We won!” en heeft Francis Fukuyama “The end of history” verkondigd36, alsof het een wedstrijd was, een verkiezingsstrijd tussen links en rechts.
“What we may be witnessing is not just the end of the Cold War, or the passing of a particular period of post-war history, but the end of history as such: that is, the end point of mankind’s ideological evolution and the universalization of Western liberal democracy as the final form of human government.“
Omdat er geen tegenstander meer was, kon de ‘Liberal international order’ doorstoten naar de wereldmacht. De VS zetten daarom ook hun ‘verovering’ van de wereld met ‘democracy and freedom’ door, waar George Bush Sr het startschot voor gaf met zijn speech over de ”New World Order” van 1991 en vervolgens het midden-oosten te bombarderen met een militair en ideologisch spervuur om deze ‘barbaren’ te onderwerpen aan de nieuwe wereldorde, overigens gesteund door Saudi Arabië, dat nooit ergens last van heeft gehad, inclusief de Arabische Lente.
Een unipolaire wereldorde heeft dan ook als belangrijkste probleem dat er enkel ‘eenheid’ bestaat en er geen ‘dualiteit’ meer is om beweging te creëren, er geen vijanden meer zijn om je tegen te verzetten en het volk achter te verenigen als gedeelde vijand. Hart en Negri37 noemen deze toestand daarom ook ‘Empire’, expres zonder een lidwoord ervoor, wat geen externe vijanden meer kent, maar enkel nog interne, met name zij die afwijken van de norm en ‘de Orde’ verstoren en ondermijnen.
Er zijn ook veel schrijvers die erop wijzen dat ‘terrorisme’ werd gebruikt als nieuwe gezamenlijke vijand, die nooit écht verslagen kon worden, omdat deze feitelijk onzichtbaar en ontraceerbaar is. Bovendien is de VS, als de nieuwe leider van het ‘wereldrijk’, aan haar stand verplicht om continu brandhaardjes te veroorzaken en verdeeldheid te creëren om de kunstmatige ‘eenheid’ onder de vleugels van hun adelaar te bewaken, vooral op het Euraziatisch continent, want als zij zouden gaan samenwerken, zou de VS als ‘redder’ totaal overbodig worden en is er geen afhankelijkheid meer. Zo werkt het met elk ‘rijk’ of imperium. Dit is tegelijk de doodsteek, omdat het onhoudbaar is en het ene systeem, de monocratie, oneindig blijft doorgroeien zonder externe begrenzing en zichzelf van binnenuit uitholt.
De westerse wereldmachten lijken er dus, door hun gebruik van de term ‘liberal international order’, nog niet van overtuigd dat het al echt een ‘Liberal World Order’ mag heten. Want dan moeten eigenlijk álle landen zijn omgevormd tot een liberale, ‘democratische‘ rechtsstaat, zoals John Mearsheimer stelt38 en allen zijn ingelijfd (geïncorporeerd) in één nieuwe rechtspersoon. Pas dan zou je kunnen spreken van een wereldwijde ‘Monocratie’, waarin ‘slechts één’ de macht heeft. Je zou kunnen zeggen dat dit officieel nog niet zo is, maar al eeuwenlang wel officieus.
Want het is toch wonderlijk dat praktisch alle wereldleiders over de hele wereld een pak met das (volgens Britse snit) dragen, inclusief China (China is door Groot-Brittanië onderworpen door de opium oorlogen39), overal hetzelfde systeem van paspoorten, douanes en ambassades functioneel is, Engels de wereldwijde wereldtaal is en Latijn de geestelijke wereldtaal. Beide schriften zijn gebaseerd op het Latijnse alfabet. Bijna alle logo’s van Aziatische automerken zijn gemaakt met letters uit het Latijnse alfabet, die ook in Azië zelf worden gebruikt.


De hoeveelheid Latijn (schrijftaal) in het Engels (spreektaal) is bovendien enorm, wat mede komt door de inval van de Noormannen (vandaar ‘Normandië’) vanuit Frankrijk onder leiding van Willem de Veroveraar40, en samen beheersen zij de gehele wetenschappelijke wereld. Alle taxonomieën en categoriseringen in bijvoorbeeld de biologie en geneeskunde zijn in het Latijn, praktisch alle wetenschappelijke papers worden in het Engels geschreven en barsten van het Latijns/Franse Engels. Als je intellectueel wil overkomen, is het belangrijk om zoveel mogelijk oorspronkelijk Latijnse woorden in de tekst te verwerken. Dit komt van de oorspronkelijk katholieke kerk en haar priesters, die allemaal Latijn schreven, de taal van de regio Lazio. Dit is ook niet verwonderlijk, omdat in het verleden de enigen die konden lezen en schrijven de priesters waren en daarom de boeken schreven én de administratie verzorgden.
Op wereldschaal bekeken lijken andere grote spelers, zoals de Russische federatie (qua structuur dus geen natie, maar een federatie, zoals de VS en EU), China of de andere BRICS landen die een multipolaire wereldorde voorstaan niet een heel andere koers te varen. Vooral China lijkt voor het westen een schoolvoorbeeld van en proeftuin voor de Rules-based World Order van de toekomst, omdat ze daar actief experimenteren met sociale controlesystemen, heel direct aangestuurd door de overheid en hun eenpartijsysteem. Ook tijdens Covid-19 werd China op het schild gehesen vanwege hun daadkrachtige aanpak. Elon Musk heeft ook openlijk gezegd dat WeChat het grote voorbeeld is voor wat hij van plan is met X.com, een ‘everything-app’41.
De strijd is dus nog zeker niet beslecht, maar wijst wel duidelijk in één richting. De term ‘rules-based order’ wordt door de wereldleiders verschillend gebruikt, maar komt in essentie op hetzelfde neer. Maar in elk van de termen staat één woord in ieder geval vast: Order. Een woord met een dubbele betekenis, want het betekent zowel ‘orde’ als ‘order’, in de zin van ‘opdracht’. En laat nou het ‘opvolgen van orders’ precies datgene zijn wat Hannah Arendt als de basis van de banaliteit van het kwaad zag. En het is precies dat wat op wereldschaal wordt geïnstitutionaliseerd. Denk niet zelf na, maar volg de orders, trust the system.
Op naar de Singular World Order?
Door deze manier van denken eens goed uiteen te zetten wordt beter duidelijk wat precies de agenda is van ‘onze’ wereldleiders en blijkt ook dat zij, zeker vanuit het westen gezien, behoorlijk eensgezind zijn in waar zij ‘met ons heen willen’. Zo wordt ook duidelijk waarom digitalisering, big data en artificial intelligence zó veel aandacht (én kapitaal) krijgen, omdat er een duidelijke agenda achter zit. Hierover zijn zij echter totaal niet transparant, maar vooral heel geheimzinnig.
Wat ze niet lijken te snappen is dat vrede niet ontstaat door blindelings en gedachteloos regels en orders op te volgen, maar door mensen die zelf nadenken en op basis van principes en een moreel kompas zélf kunnen bepalen wat het juiste is om te doen. En niet omdat dit hen is opgedragen of door de wetenschap is bepaald als ‘universele’ wet. Maar omdat zij dit zélf begrijpen. Ze weten dit. Met regels besteden we ons geweten uit. Want waar regels zijn, is vertrouwen afwezig. En waar vertrouwen is, zijn regels afwezig.
Voor de toekomst is het de vraag of het rituele Rules-Roles-Rights-based systeem nog wel voldoet, zeker met de opkomst van Artificial Intelligence en straks Machine Learning. Een belangrijke tegenhanger van Rules-Based Systems is dan ook Machine Learning Systems, dat niet langer is gebaseerd op regels die door experts zijn ingevoerd, maar ‘zelf’ kan leren en zich continu kan aanpassen. Dit zou ons in de volgende fase brengen van de ontwikkeling van de ene wereldorde: de Singular World Order, die waarschijnlijk zal samenvallen met de lang voorspelde Singularity: het moment dat de rekenkracht van computers de (gemodelleerde) rekenkracht van het menselijk brein overtreft. Zullen dan de polytheïstische goden van nu, de staten en bedrijven, allemaal opgaan in één groot digitaal ‘wezen’, de technogod Big Brother? Met de Big Brotherhood als priesterorde die bemiddelt tussen de Machine (Deus ex Machina) en de massa, de evangelists van Big Tech, ondersteund door Big Government en Big Business? Is dat waar we naar op weg zijn?
Dat zou een herhaling zijn van de ondergang van Atlantis, maar dan digitaal. De wereldleiders dromen al eeuwen van een Nieuw Atlantis, een utopia waarin de regels regeren, waarin een kunstmatige ‘vrede’ heerst (eerst Pax Romana, nu Pax Americana, straks Pax Terra?), omdat de volkeren onder de duim worden gehouden met een oneindig woud aan regels en regelaars (onder dreiging van geweld). Ook nu is, net als in het oude Atlantis, de heersende klasse bezeten door hoogmoed, afgezonderd van de werkelijkheid. Ze bouwen door aan hun digitale ‘wereldbeschaving’, terwijl ondertussen het volk aan het lot wordt overgelaten, zij het (noodgedwongen) weer zelf gaan doen om dit machtsvacuüm op te vullen en het wereldwijde kaartenhuis instort. Waarom? Omdat zij denken de uitverkorenen te zijn, verheven boven de rest, de neo-Atlantische priesterorde met hun onbegrensde technologie. En hun hoogmoed komt voor de val.
Er is wel degelijk een alternatief
De Rules-based Order wil ons graag doen denken dat er geen alternatief bestaat voor hun op regels gebaseerde wereldorde, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar. Wellicht geloven ze zelf niet langer dat er nog iets kan bestaan buiten hun genootschap, maar de alternatieven zijn er altijd al geweest, hooguit onderdrukt en tijdelijk in vergetelheid geraakt.
Daarbij is het ook een gemeenschappelijke, algemeen gedeelde frustratie dat we omkomen in de regels. De regels regeren. En hoe denken we het woud aan regels te kunnen inperken, zolang we vast blijven houden aan een rules-based order die precies dáárop is gebaseerd en deze zelfs verder willen opschalen tot op wereldschaal? Dat is onmogelijk. Sterker nog, met elke extra bestuurslaag (we zitten al op zo’n zeven lagen) neemt het aantal regels exponentieel toe om de boel in het gareel te houden. De rechtsorde centraliseert in rap tempo tot één grote rechtsorde, waarin iedereen ‘wereldburger‘ wordt (‘geborgen’ met hun ‘borg’ in de ene ‘wereldburcht’). Dat klinkt op papier mooi, maar in de praktijk betekent dit de vestiging van een wereldwijde Monocratie met één centrale administratie en dus ook één centrale super-admin rol.
Een alternatief voor ‘regels’ is drieledig van aard.
- Ten eerste draait het bij cocratie om het ‘geweten‘ van de individuen. Bij regels hoef je je niet meer te verlaten op de mensen zelf, maar hebt hun ‘geweten’ uitbesteed aan de regel. De moraal, wat goed of slecht is, wordt dan bepaald door de juiste toepassing of interpretatie van een regel door een expert en niet op basis van het moreel kompas van de mensen zélf. Zij kunnen zélf bepalen wat goed of slecht is.
- Ten tweede gaat het bij cocratie om ‘aanhaken‘. We kénnen onszelf en elkaar niet. We gaan als anonieme, brave burgers en ‘personen’ dagelijks door onze routines, maar komen niet of nauwelijks een laagje ‘dieper’, het blijft allemaal aan de oppervlakte. Mensen zijn eenzaam, hebben behoefte aan contact, maar missen het ‘platform’ om elkaar beter te leren kennen. Om ergens op aan te haken en een gemeenschap te kunnen vormen, zonder een ‘eenheid’ te hoeven vormen.
- Ten derde draait het bij cocratie om horizontale ‘gemeenschap‘. Regels zijn juist bedacht om vertrouwen overbodig te maken en dat is ook te merken waar te veel regels zijn: niemand vertrouwt elkaar nog. Het is vertrouwen dat maakt dat mensen met elkaar zaken gaan doen, elkaar durven aan te spreken, conflicten durven op te lossen. Het is juist het geïnstitutionaliseerde wantrouwen in statische regels, procedures en wetten wat maakt dat ‘social fabric’ afbrokkelt en uitholt.
Deze drie beginselen vormen de basis van cocratie, waarmee we een ándere ‘wereldorde’ kunnen scheppen, die is gebaseerd op de mensen zelf én hun interacties, waarin men mét elkaar, in gemeenschap, tot duurzame besluiten kan komen en men zich niet langer hoeft te verlaten op hogere machten, wetten en regels om dit vóór hen ‘op te lossen’.
Lees verder