Toelichting beeld: Deze ‘opgeruimde kunst’ van Ursus Wehrli laat het verschil zien tussen een waardengedreven orde (links) wat door de ‘rules-based orde‘ (rechts) als ‘chaos’ zou worden aangemerkt. Rechts is van buitenaf begrensd met regels over ‘hoe te ordenen’, terwijl links van binnenuit is geordend zonder duidelijke spelregels: het organiseert zichzelf, van binnenuit.
Uitspraken als “De wereld verandert steeds sneller” of “Mensen worden steeds individueler” zijn veel te horen, maar verhullen iets diepers wat zich langzaamaan voltrekt: een stille revolutie. De wereldorde verschuift van ‘rules-based’ naar ‘values-driven’, niet langer van buitenaf begrensd, maar van binnenuit beleefd.
Dat de tijdsgeest verandert, dat valt iedereen wel op. Hoe deze verandert, daar is men het niet echt over eens en is voer voor vele discussies. Buiten alle meningen die mensen hierover hebben, blijkt dat er een soort ‘onderstroom’ is die wel degelijk verandert.
Deze is in basis te kenmerken als een verschuiving van ‘vast’ naar ‘vloeibaar’. We ruilen vaste structuren in voor meer vloeibare alternatieven. Vaste dienstverbanden worden vloeibaar, we hebben steeds minder vaste ‘functies’ en bewegen in veranderende ‘rollen’.
De maakbare wereld van de centrale planning wordt langzaam maar zeker ontmanteld, onder luid gemor van de ‘ordebewakers’, die dit duiden als ‘verval’ en ‘individualisering’. Als er wordt gesproken over ‘de wereld verandert steeds sneller’, dan wil dit vooral zeggen dat de veranderingen hen niet echt aanstaan.
Tenminste, dat dénken ze. Want stiekem vindt iedereen het een stuk prettiger dat de onderlinge omgang meer informeel, ongedwongen en luchtig is geworden, zonder alle procedurele gedoe en omslachtige etiquette uit een vervlogen verleden. Het ceremoniële karakter van de oude orde is vervallen tot een ‘leuke’ folklore, die de toerist in ons naar boven haalt. Alsof je naar een ‘act’ kijkt die wordt opgevoerd door acteurs.
Max Weber noemde dit proces de ‘onttovering’ van de wereld en past bij de aankondiging van Nietzsche dat God dood is en we onze eigen waarden hebben te ontwikkelen. Echter, de afgelopen, ruime 100 jaar hebben we niet écht besteed aan het ontdekken van wie we zijn, waar we voor staan en gaan, maar heeft geleid tot een soort bestaansleegte en bestaansangst die we zijn gaan opvullen met consumentisme.
In plaats van onze eigen leiders te worden, zijn we gehoorzame volgers geworden van de laatste modes. Moderne mensen zijn we dus geworden, maar zeker geen individuen. Met de opkomst van de psychologie hadden we wellicht verwacht dat er juist meer authentieke individuen (‘ondeelbaren’) met eigenheid zouden opstaan, maar in werkelijkheid zijn er juist meer kuddedieren gekomen, die netjes de normen en gewoonten volgen van de massa en dus geel ‘normaal’ en ‘gewoon’ zijn. Niemand wil nu eenmaal erbuiten vallen.
Maar in de onderstroom is er toch veel veranderd, wat aan ons oog voorbij lijkt te zijn gegaan. Net zoals je gras niet kunt zien groeien, maar na een tijdje toch opvalt dat het is gegroeid, zo heeft zich een stille revolutie voltrokken, waarin het kuddegedrag stukje bij beetje wordt afgeschud en wordt gezocht naar de innerlijke stem.
Dat is overigens niet iets nieuws. Socrates had het al over ‘Eudaimonia’, wat vaak verkeerd wordt vertaald als ‘geluk’. Het woord stamt van zijn ‘Daimonion’, wat ‘innerlijke stem’ betekent. En je vindt het levensgeluk als je die innerlijke stem weet te vinden en gaat volgen. Dát is wat ‘Eudaimonia’ eigenlijk betekent. Je volgt niet langer iets of iemand ‘buiten’ jezelf, maar wat zich ‘binnen’ jezelf bevindt.
De innerlijke strijd die dan gevoerd wordt is er één van het afschudden van de sociale conditionering en programmering waarmee we zijn grootgebracht. Dit noemt psychiater Kazimierz Dąbrowski de ‘primaire integratie’, die goed is samen te vatten met ‘doe maar normaal’.
Het proces van deze ontmanteling richting de secundaire integratie van ‘eigenheid’ noemt hij daarom positieve desintegratie. Je raakt de last kwijt en dat is positief, waar dit ‘normaal’ juist leidt tot hospitalisatie en allerlei ‘ziektebeelden’, omdat je niet meer meebeweegt met de meute en dus ‘afwijkt’ van de norm.
Deze stille revolutie is daarom niet collectief, maar individueel van aard. Deze voltrekt zich binnenin onszelf. Velen van ons zijn op zoek naar antwoorden op de grote vragen des levens, maar gedragen zich vaak als consumenten op een markt van zelfhulp. Allerlei cursussen, boeken en coaching worden aangeboden, maar of we daarmee echt ‘dichter bij onszelf’ komen, dat is de échte grote vraag.
Het lijkt er vervolgens op dat steeds meer mensen ‘afwijken’, terwijl dit in werkelijkheid enorm meevalt. De norm wordt niet zozeer verlegd, hooguit opgerekt. Diversiteit wordt meer gevierd dan bestreden en op wat uitzonderingen na waarin dit zeer kunstmatig wordt opgevoerd, leidt dit vooral tot opluchting. Het keurslijf van de verstikkende, vaste verzuiling wordt langzaam maar zeker afgeworpen.
De gevestigde orde heeft hier echter wel moeite mee. ‘Het systeem’ is hier niet op ingericht. Sterker nog, het stamt uit de tijd van de postkoets, waarin de wereld van de gemiddelde mens nog zeer klein was, het wereldbeeld smal en het leven voorspelbaar. Het leven is in die zin minder statisch geworden en meer dynamisch. Aangedreven door de globalisering tot een ‘global village’, waarin de oude grenzen enkel nog op papier bestaan.
De verandering van het systeem voltrekt zich daarom ook niet langer door een grootse revolutie, waarbij met grof geweld het heersende regime wordt onttroond. Ook dit gebeurt van binnen. Mensen haken af, doen niet meer mee, kiezen voor ‘zichzelf’. Dit is een proces van desintegratie en wordt geoormerkt als ‘chaos’, maar is zoals gezegd juist iets wat mag worden aangemoedigd of op z’n minst gesteund en niet veroordeeld.
Als er namelijk iets is wat de chaostheorie ons heeft geleerd, is dat ‘chaos’ niet gelijk staat aan ‘wanorde’, maar het ‘ongeordend’ betekent. Dit zegt vervolgens niets over de ándere soorten ‘orde’ die hieruit kunnen ontstaan. Uit de ongeordende ‘chaos’ ontstaan namelijk ‘als vanzelf’ de prachtigste patronen, die echter niet goed vooraf voorspelbaar blijken te zijn.
En laat dát nu precies het probleem zijn waar de ordebewakers de meeste moeite mee hebben. Want zij zijn gewend aan het zorgvuldig centraal plannen van de maatschappij, waarbij zij vooral op zoek zijn naar voorspelbaarheid en maakbaarheid. Dát was de geest die waarde door de ‘orde’ van de eerste 60 jaar van de 20ste eeuw, maar die langzaam maar zeker is afgeworpen.
Het systeem zelf is sindsdien echter niet mee veranderd, maar probeert hardnekkig de beperkingen en begrenzingen op te leggen en de wereld te dwingen naar háár vorm van ‘orde’. De verscheidenheid van opvattingen en wereldbeelden is echter enorm verbreed en de normen zijn opgerekt, waarmee de verscheidenheid aan individuele behoeften ook enorm is toegenomen. De markt heeft deze toename deels opgevangen, maar zal nooit in staat zijn hier een écht vervullend antwoord op te bieden.
De kerk heeft dit proces van positieve desintegratie al eerder doorgemaakt en is daar ook sterker uitgekomen. Minder vast en meer vloeibaar. Je mag zelf jouw overtuiging kiezen en dat is een groot recht. Leven en laten leven. De staat is het volgende bolwerk dat opengebroken zal worden. Dit zal niet gebeuren door een ‘big bang’, maar door vele kleine explosies, van individuele ‘burgers’, die zich niet langer willen laten vangen in hun ‘persoontje’ dat door de staat is geschapen met een ‘nummertje’.
De soevereinen en autonomen tonen, soms wat onbehouwen, dat dit eeuwenoude sociale contract van soeverein en onderdaan slechts juridische fictie is en niet meer van deze tijd is. Deze moderne ‘barbaren’ rammelen aan de poorten van de beschermde burchten en eisen hun vrijheid op. De ordebewakers proberen hen te bestrijden, maar zijn niet te vangen als ‘kudde’ en ook niet te bestrijden, omdat zij niet één leider hebben. Zij zijn hun eigen leiders.
Hun aanpak is vaak negatief en dat is jammer. Want als we het met z’n allen weten te draaien naar een positieve ontwikkeling, waarbij we schoksgewijs leren onze eigen waarden te ontdekken en daarmee ‘onszelf’, dan kunnen we elkaar daarbij helpen, in plaats van elkaar te bestrijden. De anarchisten uit de 19de eeuw waren in een zelfde strijd verwikkeld met de anti-revolutionairen, wat heeft geleid tot de oprichting van de eerste politieke partij van Nederland (de ARP) en het partijpolitieke systeem.
Gelukkig zijn de tijden nu anders en lonkt er een gunstiger perspectief om de boel nu eens goed te veranderen. Ook filosofisch en wetenschappelijk begint het wereldbeeld te draaien. De oude gedachte uit de verlichting dat er ‘slechts één wereld’ bestaat en er ‘universele wetten’ zijn ‘out there’ in een deterministisch, materialistisch en reductionistisch systeem, wordt beetje bij beetje ingeruild voor een meer vloeibaar en individueel systeem.
Grappig genoeg staat dit volledig haaks op het sentiment dat heerste ten tijde van de grote centralisaties van de eerste helft van de twintigste eeuw. Het manifest van kunstbeweging De Stijl opent bijvoorbeeld met deze krachttermen:
Er is een oud en een nieuw tijdsbewustzijn.
Het oude richt zich op het individueele.
Het nieuwe richt zich op het universeele.
De strijd van het individueele tegen het universeele openbaart zich, zoowel in den wereldkamp als in de kunst van onzen tijd.
Onze huidige tijd kenmerkt zich door het tegenovergestelde. Het universele wereldbeeld wordt ingeruild voor het individuele. We zijn steeds meer ‘self-centered’ en empirisch (op basis van waarneming) gezien is dat ook heel logisch. Ons perspectief is nu eenmaal ‘first-person’. Wij zijn zelf het middelpunt van ons eigen heelal. En zou het zo kunnen zijn dat de buitenwereld die wij waarnemen eigenlijk niet meer is dan onze eigen schepping?
Dat zou een Copernicaanse revolutie van de 21ste eeuw betekenen. De buitenwereld is niet langer de ‘waarheid’, maar onze binnenwereld bepaalt wat wel of niet waar is. Dit inzicht heeft enorme implicaties voor de gehele gevestigde orde, omdat praktisch alle instituties zijn gericht op de universele wetten die voor iedereen gelden.
De wetenschap is op die gedachte gestoeld, maar ook alle mensenrechtenverdragen (de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). En de staat mag enkel wetten maken voor zaken die voor allen gelden en dus ‘algemeen’ zijn. Als we dit wereldbeeld draaien, dan zullen vele van die wetten en regels als sneeuw voor de zon verdwijnen, omdat deze geen geldingskracht of gezag meer dragen.
Bij dit individuele wereldbeeld past een meer vloeibare vorm van waardengedreven en gemeenschapsgerichte organisatie. Waarbij de buitengrenzen van werk-, leef- en kennisgebieden niet langer het uitgangspunt vormen, maar het centrum ervan. Niet langer van buitenaf begrensd, maar stralend van binnenuit. Waarmee een overlappend systeem ontstaat: een lappendeken van gemeenschappen die met elkaar een weefsel vormen.
De lijntjes tussen al die individuen en gemeenschappen zullen echter ook een minder vaste vorm hebben. Deze ontwikkelen zich van ‘strong ties’ in ‘tightly coupled systems’ naar ‘weak ties’, om vervolgens te transformeren naar ‘strong ties’ in ‘loosely coupled systems’. De sentimentelen en traditionelen denken dat we iets gaan verliezen, maar in werkelijkheid krijgen we er iets voor terug waar we het bestaan niet van kenden.
| Loose coupling | Gig economy (ZZP’erisering) | > | Diepe connecties en vrijwillige samenwerking |
| ^ | |||
| Tight coupling | Onverschilligheid (“het is maar werk”) | < | Vaste verzuiling en hiërarchie (orde!) |
| Weak ties | Strong ties |
We krijgen een heel ander soort relatie, die niet langer vast is, niet langer gebaseerd op dwang en gewoonte, maar juist op een échte connectie, ook wel aangeduid met grote woorden als ‘hart-tot-hart’ of zelfs ‘zielsverbinding’, wat vooral wil zeggen dat je merkt dat je op eenzelfde golflengte zit. Niet enkel qua gedachten, maar vooral ook qua gevoelens.
Als ik voor mezelf spreek is precies dát wat ik heb mogen ontdekken door naar mezelf op zoek te gaan. Ik heb gesprekken met mensen die ik hiervoor nooit had. Je kan het ontzettend met elkaar oneens zijn, terwijl je tegelijk de ander zijn eigen wereldbeeld gunt. Leven en laten leven. Niemand van ons kan de Ene Waarheid claimen. En dat is maar goed ook. Want precies dát heeft in het verleden geleid tot eindeloze oorlogen, omdat het ene collectief het wereldbeeld van de ander niet kon uitstaan.
Als we de keuze hebben, doe mij dan maar de meer losjes georganiseerde vorm, een waardengedreven orde. Dat lijkt me een betere basis dan de heersende ‘rules-based orde’, die nog probeert om van buitenaf en bovenaf de regeltjes op te leggen, maar deze strijd al lang heeft verloren. Hoe mooi zou het zijn als we op steeds grotere schaal durven te erkennen dat dit gaande is en dat dit gunstig is, dan zou deze verandering enorm kunnen versnellen.
