De Onpartij

door:


Van een woekerende wereldorde naar een
wereldwijd weefsel van gemeenschappen


Eén ding is inmiddels zeker: ‘Het systeem’ is aan verandering toe. Om verandering te brengen, zeker grootschalig of wereldwijd, denken we totaal onmachtig te zijn, afhankelijk van de machtige partijen om dit vóór ons te doen. Een hardnekkig misverstand. Wij zijn wel degelijk zélf in staat het systeem ten goede te keren. Een feest van de democratie en een revolutie volgens de regels.

Stel je voor, dat we onszelf organiseren op kleine schaal, op grote schaal én tot op wereldschaal, in die volgorde zonder rangorde, zonder nog langer afhankelijk te zijn van een woud aan regels en regelaars om het vóór ons te regelen.

We kunnen het zélf en mét elkaar. Want bedenk eens: waarom is eigenlijk een verticale orde noodzakelijk om horizontaal samen te leven? Waarom kijken we naar boven voor antwoorden terwijl we ook opzij kunnen kijken, naar elkaar?

We denken het recht te hebben om onze last verticaal te verleggen, maar daarmee hebben we niet langer één, maar twee systemen te onderhouden. Het horizontale én het verticale. Onze eigen last is niet verlegd, maar verdubbeld.

Met elke extra verticale laag verdubbelt deze last opnieuw. Verdubbeling op verdubbeling. Politieke partijen beloven lastenverlichting, maar brengen lastenverzwaring, precies omdát we zelf de macht uit handen geven.

Het verticale, maatschappelijke systeem sluit beetje bij beetje het horizontale, gemeenschappelijke uit en lijft het in. En ineens lijkt alsof er niets anders meer bestaat dan dit monopolie op de macht: Monocratie.

Wat nodig is, is om de balans tussen horizontaal en verticaal te herstellen. En daarvoor hoeven we de macht niet te bestrijden, maar onze aandacht verleggen naar onszelf, elkaar én onze gemeenschappen: cocratie.

Gemeenschappen en buurten kunnen zichzelf organiseren via open vergaderingen (#Dingen), waar zij direct besluiten over hun eigen werk-, leef- of kennisgebied, zonder te hoeven wachten op afstandelijke, hogere partijen.

Bij gebiedsoverstijgende dingen kunnen zij A) zelf grotere vergaderingen beleggen of B) een eigen onpartijdige, apolitieke onpartij oprichten waarbij hun directe vertegenwoordigers meedoen aan de verkiezingen voor de gemeenteraad.

Zo kent een ieder de eigen, directe vertegenwoordiger, met de kortst mogelijke lijntjes. Er wordt directe verantwoording afgelegd aan de eigen gemeenschap. Het gebeurt dáár wáár het gebeurt, zonder omwegen.

Door ditzelfde beginsel steeds verder horizontaal op te schalen, bevolken de lokale gemeenschappen de bestaande wereldorde, een wereldwijd weefsel van onderling gekoppelde gemeenschappen dat zonder verticale macht kan.

We veranderen de Rules-based wereldorde en indirecte democratische rechtsorde naar een échte directe democratie en Values-based wereldorde, waar onze eigenwaarde en eigen waarden vóór de regels komen.

En het mooiste is dat we deze stille revolutie kunnen voltrekken zonder ook maar één regel te hoeven overtreden. Een revolutie volgens de regels. Zonder geweld, anarchie of chaos en zónder afhankelijk te zijn van partijdige partijen.

Het systeem is aan verandering toe, wij zijn toe aan verandering, dus tijd voor een goed gesprek!


Gemeenschappelijke #Dingen

Het bestaande sociale systeem is heel slecht schaalbaar door de piramidale, verticale machtsstructuur. Dit wordt gebracht als een onvermijdelijk ‘offer’ om grootschalig te kunnen organiseren, maar dat is een misverstand. Flawless scaling is wel degelijk mogelijk zonder ‘offers’. We kunnen stap voor stap, op eigen kracht werken met horizontale vormen van zelforganisatie, vanuit lokale gemeenschappen, tot op wereldschaal, zónder verticale rangorde.

Deze horizontale organisatiestructuur heet cocratie en is de totale omkering van Monocratie, de monopolisering van macht. In plaats van twee meesters te dienen (de soeverein/wet én het volk), wordt nu alleen nog de eigen gemeenschap gediend. In plaats van deze dubbele pet voor de ‘hogeren’ en een dubbele last voor de ‘lageren’ (ze dragen hun eigen last én de controle van de machthebbers) blijft slechts één ‘pet’over en dat zijn véle enkele petten.

Daarvoor staat ons een bijzonder eenvoudig beginsel ter beschikking, dat iedere natuurlijke vorm van zelforganisatie kent. Directe vertegenwoordiging. Op dit moment hebben we te maken met indirecte representatie via politieke partijen, die namens het volk de wetten en regels maken in deze democratische rechtsorde. We leven daarom ook niet in een ‘democratie’, want de wet regeert.

De cocratische organiseerstructuur start niet langer in de top, maar bij het huidige sluitstuk van de rechtsorde: de burger. Door ieder individu als uitgangspunt te nemen, verandert de verticale rangorde in een horizontale volgorde. Individuen kunnen met elkaar besluiten om samen te werken en gemeenschappen te vormen zonder machthebbers of politieke partijen.

Als zij iets met elkaar gemeen hebben, zullen er ook dingen zijn waar zij iets mee moeten of kunnen. Er ontstaan creatieve spanningen die om creatieve oplossingen vragen. Velen van ons kunnen zich er wel een voorstelling bij maken dat op kleine schaal zelforganisatie prima mogelijk is en dat men kan leren om conflicten op dit ‘niveau’ zelf op te leren lossen.

Maar het wordt pas écht spannend als de gebieden en gemeenschappen groter worden. In het oude Athene kwamen bijna wekelijks zo’n 6.000 burgermannen (helaas enkel mannen) samen om met elkaar de besluiten te nemen. Zij noemden hun volksvergadering de Ekklèsia, De Romeinen de Comitia, de Russen de Vetsje, de Engelsen de Folkmoot en de Zwitsers kennen nog altijd hun Landsgemeinde.

In Noordwest-Europa, van de Baltische staten tot aan IJsland, noemde men dit een ‘Thing’ of ‘Ding’. Daar komt ‘Dinsdag’ ook vandaan als ‘dag van het ding’, maar ook het kort geding, want er werd ook recht gesproken. Een ding is niet alleen een voorwerp, maar ook het onderwerp van vergadering. Daarom zeggen we nog steeds: “Dat is wel een ding!” En het is eveneens een kracht of talent: “Dat is mijn ding!

Apolitieke onpartijen

Het #Ding vult precies het gapende gat op dat de rechtsorde laat vallen tussen haar laagste niveau, de gemeente, en de burgers dááronder. De missende schakel is: de buurt. De buurt is niet officieel erkend, heeft geen bankrekening en is niet georganiseerd. Precies daarom is er geen gemeenschapszin, behalve door de vele welwillenden in buurten die aanvoelen waar het werkelijk om draait.

Maar al die prachtige initiatieven blijven nu beperkt tot de buurt. En stranden als ze verder willen, meestal op de bureaucratische leemlagen van gemeenten, die wettelijk nooit zijn toegerust om die organisatievraag op te pakken. De gemeente was ooit bedoeld als lokaal administratiekantoor van de grotere rechtsorde van het Rijk en nu is opgeschaald tot de EU en VN.

Wat nodig is, is dat buurten minimaal één keer per jaar samenkomen in een volksvergadering (#Ding), waarbij deelname non-exclusief en non-inclusief is, niemand wordt uitgesloten noch ingesloten. Hoewel deelname snel de moeite waard zal blijken als duidelijk is waartoe al die kleine dingen zullen bijdragen: aan steeds grotere (en niet ‘hogere’) dingen.

Want nu komt het, nu komen we bij de kern van het voorstel van de Onpartij. Als er in de buurt eenmaal een levendig weefsel is ontstaan, dán wordt het pas echt het feest van de democratie. Als er dingen ontstaan die de buurt ontstijgen, waar gemeentelijke (en dus ‘politieke’) samenwerking nodig is, kunnen de buurten zichzelf serieuzer gaan organiseren met een eigen Onpartij.

Zij richten dan voor hun eigen buurt een politieke (on)partij op, zodat zij niet langer indirect via politieke partijen hoeven te worden vertegenwoordigd, maar hun directe vertegenwoordigers uit de volksvergadering kunnen selecteren om in de gemeenteraden zitting te nemen. Hiermee kunnen we de bestaande indirecte, representatieve democratie keren richting een directe democratie.

Door de combinatie van een volksvergadering (buiten het systeem) én een eigen politieke onpartij (binnen het systeem) kan van binnenuit worden opgeschaald naar steeds grotere gemeenschappen, zonder dat er bureaucratische structuren hoeven te worden opgetuigd, omdat de original flaw wordt voorkomen. De vergadering is nu de kern waaruit alles ontspringt. Al het grotere komt dááruit voort.

Ook hiervoor kan veel hergebruikt worden als bijvoorbeeld bestaande raadsleden vanuit hun eigen buurt een eigen ding en onpartij oprichten, zodat er zo veel mogelijk ervaring behouden blijft. Daarbij kan de controle op de macht eveneens bij de buurt zelf blijven, omdat directe verantwoording de wederhelft is van directe vertegenwoordiging. Het zijn de buurten zélf die dit doen en daarvan leren.

Een wereldwijd weefsel

Als de gemeenteraden worden bevolkt door de directe vertegenwoordigers, kan nóg verder worden opgeschaald naar steeds grotere #dingen. De Onpartij is niet meer of minder dan de uiteindelijke wereldonpartij, die slaapt totdat deze van binnenuit wordt wakker gekust door de lokale gemeenschappen die zichzelf opschalen. In die volgorde, zonder rangorde.

De Onpartij heet zo, omdat deze onpartijdig is. Het is slechts een coördinatiecentrum, dat de veelheid aan lokale onpartijen helpt om zichzelf te organiseren, ondersteuning te bieden (bijv. over bestaande regels) en van elkaar te leren. De Onpartij zal nooit of te nimmer ‘boven’ de partijen staan en kan nooit op zichzelf bestaan zonder lokale gemeenschappen die het in stand houden.

De eerste stap naar verdere opschaling ná de gemeenteraad, dat is in Nederland het provinciaal niveau, de Provinciale Staten. De provincie is een vaak vergeten schakel in de keten, maar van groot belang. Vanuit de Staten werden namelijk de Staten-Generaal bevolkt, wat ook geen ‘regering’ was, maar enkel en alleen een vergadering, waar elke staat zijn directe vertegenwoordigers naartoe zond.

Ook hier kan hetzelfde beginsel worden gehanteerd van enerzijds en eerst een groter (geen ‘hoger’) ding en anderzijds een (a)politieke (on)partij vanuit elke gemeenschap of gemeente. Naar deze provinciale volksvergadering worden dan directe vertegenwoordigers gestuurd vanuit de buurten en gemeenschappen. Dáár worden de besluiten genomen op regionaal en provinciaal gebied.

De volgende stap is om dit verder op te schalen tot op nationaal niveau, waarmee de Staten-Generaal wederom de nationale vergadering van de Nederlandse volkeren wordt. Ook hier kan opnieuw hetzelfde beginsel worden gehanteerd van ‘ding & (on)partij’. En dat hoeft niet eens exclusief te zijn voor de huidige provinciale staten, omdat tegen die tijd de grenzen veel vloeibaarder zullen zijn geworden.

In IJsland noemen ze het nationale ding het Althing (het Alding of Ding voor allen), waarbij jaarlijks uit alle windstreken de directe vertegenwoordigers neerstreken in de Thingvellir, waar ze met elkaar besluiten namen, huwelijken sloten, conflicten oplosten, contracten aangingen en grootse ideeën deelden. Het échte feest van de democratie is dus een festival.

De ‘nationale (on)partij’ kan vervolgens zitting nemen in het Europees Parlement en uiteindelijk in de Verenigde Naties. En tegen die tijd komen we ook tot de conclusie dat we onszelf veel meer vloeibaar kunnen organiseren, waarbij werk-, leef- en leergemeenschappen samen kunnen gaan werken op basis van de dingen die spelen en niet op basis van de willekeurig bepaalde landsgrenzen.

Tijd voor de grote omkering

Door deze volgorde te hanteren, van klein tot groot, in plaats van de oude rangorde van hoog naar laag, gaat waarschijnlijk nóg iets heel bijzonders gebeuren. Gemeenschappen zullen de meeste dingen direct oplossen, dáár waar het gebeurt. Dat is de omgekeerde wereld van hoe het nu gaat in het indirecte top-down systeem, waarbij alles enkel via de hoogste macht kán verlopen.

Elke individuele burger heeft straks één of meer directe vertegenwoordigers, die direct kunnen worden aangesproken op álle aangelegenheden, van lokaal tot globaal, omdat er een wereldwijd weefsel is ontstaan van directe vertegenwoordiging, open vergadering en directe verantwoording, zonder allerlei vaste leemlagen waar men zich doorheen moet vechten.

Bovendien kunnen bij de grotere dingen onderlinge en wederzijdse afspraken (in plaats van wetten en regels) worden gemaakt over het onderling uitwisselen van bijvoorbeeld (menselijke) hulpbronnen en kan het gebruik hiervan veel beter worden gecoördineerd, omdat er geen groteske bureaucratieën meer nodig zijn om dat allemaal in de gaten te houden. Lokaal doen, globaal afstemmen.

Degenen die erover gaan zitten dan direct met elkaar aan tafel, zonder eindeloze omwegen en tussenstappen. Decentrale besluitvorming via vele centra in plaats van centralisatie tot één centrum. En een prachtige belevenis om steeds anderen, met verschillende talenten of dingen, naar grotere vergaderingen te laten gaan en elkaars eigenheid te leren kennen, zonder een eenheid te hoeven worden.

Zo kunnen we mét elkaar, door heel klein bij onszelf te beginnen, een ándere wereldorde scheppen, zonder politieke partijen, zonder afstandelijke en overbodige regels en regelaars, als we besluiten om het zelf en met elkaar gewoon goed te regelen, door zelf dingen te organiseren en onpartijen op te richten in elke buurt. Vervolgens schalen we ditzelfde beginsel op naar elk volgend schaalniveau.

Verwacht echter niet dat het meteen één groot paradijs wordt met regenbogen en pluizige konijntjes. Het vraagt écht wat van ons. Een totale omkering van ons denken en doen, waarbij we onze eigen conflicten leren oplossen. Dat zal ook gelijk de betekeniscrisis oplossen waar velen van ons onder lijden, omdat zij zichzelf als machteloos en nietig en hun leven als zinloos ervaren. Tijd om aan te haken.

Wat het opzetten van het wereldwijde weefsel en van de wereldwijde Onpartij vooral zal doen is ons tonen dat er een ándere manier bestaat van onszelf organiseren en een ándere wereldorde mogelijk is. En dat wij daartoe wel degelijk in staat zijn, om zoiets op te zetten en verandering te brengen. De wereldwijde Onpartij zal geduldig wachten op de kus die haar zal doen ontwaken uit haar slaap.